God en Rede


  1. De uitweg
  2. De schepper en zijn schepping van de mens
  3. De boog van de belofte
  4. Heeft het Christendom gefaald?
  5. Het einde van de wereld
  6. Tekenen van het komende einde
  7. HERSTEL -De Enige Hoop van de Wereld
  8. Gods Nieuwe Sociale Orde

Hoofdstuk I

De uitweg

Als er ooit een moment in de wereldgeschiedenis is dat aan iedereen vraagt om rustig en onbevooroordeeld te redeneren, om zo tot een evenwichtig besluit te kunnen komen, is het nu. Toch kan redeneren alleen, hoe intelligent ook, nooit iemand hoop brengen tenzij er een betrouwbare basis kan worden gevonden waarop deze redenering is gebaseerd.

Het lijkt alsof in deze tijd de wereld hopeloos op drift is in een stormachtige zee van vurige menselijke hartstochten. Jezus voorspelde dat deze tijd zou komen waar “op de aarde radeloze angst onder de volken” zal zijn; “terwijl de mensen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen”. (Lukas 21:25,26) Is er een uitweg?

Deze vraag ligt op de lippen en in de harten van bijna alle weldenkende mensen over de hele wereld. Is er iets waarop we onze hoop mogen vestigen voor betere komende tijden? In deze tijd van een wereld in nood, bevelen veel geestelijken de godsdienst aan als een rotsvaste troost voor de lijdende mensheid. Maar als godsdienst de uitweg kan wijzen uit de hoge zeeën van onzekerheid naar een veilige haven van rust en veiligheid, naar welke bijzonder soort van godsdienst moeten we dan kijken?

Onze absolute overtuiging is dat alleen door de Bijbelse waarheid de mens een echte oplossing zal vinden voor de hedendaagse wereldwijde verwarring en benauwing. Het is vanuit dit standpunt dat wij het onderwerp benaderen. Het is hier wel noodzakelijk om een onderscheid te maken tussen de zuivere lessen in de Bijbel en de verwarrende theorieën hierover, door de traditionele theologie. Deze laatste vermomt zich te dikwijls als het echte christendom.

We kunnen niet verwachten dat we vooruitgang maken bij het zoeken naar een basis, die gefundeerd is op rede, voor geloof en hoop zonder eerst het bijgeloof te ontmaskeren en

het opzij te schuiven. We moeten proberen te leren om de zuivere grondbeginselen van de onbezoedelde Bijbelse waarheid over de hedendaagse problemen, te kennen en toe te passen.

Indien, zoals alle christenen beweren te geloven, de Bijbel de grondslag is van de ultieme waarheid en rede, laten we dan vooral uitzoeken wat de Bijbel echt leert!

In deze zoektocht naar de waarheid kunnen we, ogenschijnlijk, sommige van uw geloofsprincipes, waar u aan gewend bent, doorkruisen. Het kan er ook op lijken alsof we deze op een wrede manier van u willen ontnemen. Echter, denk niet dat dit uw geloof in de eeuwige waarheden, die juist in de Bijbel worden onderwezen, zal vernietigen. Integendeel!

Waarheid en Rede

Hoe meer het onzinnig bijgeloof wordt vervangen door betrouwbare waarheid en rede, wordt het geloof eerder een bemoedigende realiteit dan een simpele goedgelovigheid. Hierdoor krijgt de Bijbel een nieuwe en gezondere betekenis. Het is juist in deze tijd hard nodig dat ons geloof is gebaseerd op een stevige basis van rede en waarheid, want we worden duidelijk geconfronteerd met diverse en verwarrende tegenstrijdigheden.

Evolutionisten blijven bij hun standpunt dat we ons voortdurend, stap voor stap, ontwikkelen sinds het allereerste primitieve begin van de beschaving op deze aarde. Velen wijzen trots naar de verbazingwekkende prestaties in deze moderne periode waar het verstand overheerst.

Toch wordt onze hoogst geciviliseerde wereld geconfronteerd met het ontegenzeggelijke feit dat deze hoogstaande beschaving op de rand van een totale ondergang staat. Met al onze kennis zijn we niet in staat om de waarden te bewaren van een, ogenschijnlijk, niveau dat we zogenaamd bereikt hebben.

Het is niet langer mogelijk om te voorkomen dat dit onrustwekkende feit bij de publieke opinie bekend wordt. Gemotiveerde politieke leiders zeggen eerlijk dat het hoog tijd wordt om drastische maatregelen te nemen als we de beschaving willen redden. Vooraanstaande religieuze leiders, van alle stromingen, verkondigen op indringende wijze dat, indien de mensheid zich niet snel terug tot God keert, deze wereld zich in de grootste en meest dodelijke ramp van de hele menselijke geschiedenis stort.

De echte oplossing vinden

Als we het er over eens zijn dat het twijfelachtig is dat alleen menselijke diplomatie de ramp, die iedereen vreest, kan voorkomen, dan wordt het natuurlijk duidelijk en vanzelfsprekend dat het noodzaak is om een andere oplossing te vinden, willen we nog enige hoop behouden voor de directe of verre toekomst.

Moeten we door de religieuze verschillen die bestaan binnen de ogenschijnlijke volgers van Christus, ons geloof in de Bijbel opgeven? Juist in deze Bijbel waarin de antwoorden staan op de raadselachtige vragen waarmee de wereld nu wordt geconfronteerd? Wij denken van niet.

Zouden we de conclusie moeten trekken dat de grote Intelligentie, Die ontelbare aantallen sterren heeft geschapen, Die ze in banen heeft geleid waar ze eeuwig en met een absolute precisie ronddraaien, opvallend heeft gefaald? Gefaald in Zijn poging om op deze kleine planeet een ras van bewuste wezens te creëren dat kan blijven bestaan in een voortdurende staat van vrede en geluk? De rede antwoordt: Nee.

Toen Jezus op aarde was toonde Hij aan zijn discipelen een ondubbelzinnige manier om de wereld te verbeteren: Bidt gij aldus: uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. (Mattheüs. 6:9,10) Door de eeuwen heen hebben oprechte christenen dit gebed herhaald en hebben ze geduldig op het antwoord gewacht. Komt er ooit een antwoord?

Welke wetten moet de wereld gehoorzamen als en wanneer het gebed: “Uw koninkrijk kome” is verhoord? Dit zijn maar een paar van de vele belangrijke vragen die de rede stelt en waar we over moeten nadenken als we tot een bevredigende conclusie in de discussie over dit onderwerp willen komen. Een onderwerp dat van levensbelang is voor allen die een waarachtige oplossing voor de ellende in de huidige wereld zoeken: de goddelijke oplossing.



Hoofdstuk II

De schepper en zijn schepping van de mens

We gaan ervan uit dat een grote meerderheid van onze lezers al geloven in het bestaan van een intelligente Schepper, of graag hierin zouden willen geloven als het op rede zou gebaseerd zijn.

Hierbij is het interessant om op te merken dat in onze tijd, vooraanstaande wetenschappers steeds meer overtuigd raken van het bestaan van een Goddelijke Intelligentie en dat sommigen van hen hier openlijk over hebben gesproken ten overstaande van hun collega‘s. We verwijzen, bijvoorbeeld, naar de woorden van Dr. Michael I. Pupin, de voormalige voorzitter van het Amerikaanse Genootschap ter Bevordering van de Wetenschap. De wetenschapsauteur, Albert Wiggam, citeert Dr. Pupin, in een interview met hem, wanneer hij zegt:

“Waar ook de wetenschap het universum heeft onderzocht, heeft het dit universum gevonden als de openbaring van een gecoördineerd principe en dit coördinerend, leidend principe, noem ik Goddelijke Intelligentie. Het geeft ons geen enkele vluchtweg uit de conclusie dat er achter dit alles absoluut een leidend principe is dat van chaos naar kosmos leidt.

“Er zijn twee alternatieven mogelijk. Of we geloven dat de kosmos, het voorbeeld van orde en gezag, gewoon het resultaat is van toevallige gebeurtenissen; of dat het een resultaat is van een onbetwistbare intelligentie. Persoonlijk, geloof ik in het coördinerende principe, de Goddelijke Intelligentie. Waarom? Omdat het gemakkelijker is. Het is intelligent. Het sluit aan bij al mijn opgedane kennis.”

“De theorie dat intelligente wezens zoals wij, of intelligente processen zoals de bewegingen van de sterren, het resultaat zijn van niet-intelligente spontane gebeurtenissen, is voor mij onbegrijpelijk. Waarom zou ik in een dergelijke theorie moeten geloven, als ik iedere dag het bewijs zie van een leidende Intelligentie? Als je de sterren ziet, ieder zijn eigen baan volgend, of je ziet een zaadje dat volgens een bepaald plan groeit tot een boom, of je ziet een baby zich ontwikkelen tot een volgroeide, zelf beslissende persoonlijkheid, kun je je dan voorstellen dat dit alles gebeurt als gevolg van toevallige, spontane interacties? Ik kan dit in ieder geval niet.”

“Waarom zou ik een Intelligentie ontkennen die alle kosmische gebeurtenissen dirigeert? Het is voor mij als wetenschapper, overduidelijk. Het was overduidelijk voor de profeten, drieduizend jaar geleden. Vanaf de meest primitieve mens tot de allerhoogste profeet is het blijkbaar altijd duidelijk geweest dat achter elk fenomeen een leidende Intelligentie schuilt. De wetenschap heeft nooit iets gevonden dat het tegendeel bewijst. Sterker nog! Hoe verder wetenschappers de wetten van het universum leren kennen, hoe verder het ons leidt tot het geloof in een Intelligente Godheid.”

Amen!

De hoofdvraag die we vervolgens moeten stellen en onderzoeken is: hoe en tot hoever heeft deze Intelligente Schepper aan de mens zijn doeleinden geopenbaard, vooral zijn bedoelingen met de mens zelf. De Bijbel stelt dat het deze doeleinden openbaart. Het verdere verloop van onze verhandeling is gebaseerd op deze stelling.

In deze tijd is er een groeiende tendens om te twijfelen aan de inspiratie van de Bijbel. Maar het christendom is zo onlosmakelijk verbonden met de Bijbel, zowel met het Oude als het Nieuwe Testament, dat als we deze inspiratie zouden ontkennen of het standpunt zouden innemen dat zij

onbetrouwbaar is, we even goed het christendom zelf kunnen laten vallen. We zijn er echter van overtuigd dat er bewijzen zijn, zowel in de Bijbel zelf als in bronnen daarnaast, dat zij het Woord van God is.

Zelfs sceptici moeten toegeven dat waar ook en tot welk niveau ook de invloed van de Bijbel voelbaar was, haar morele kracht de wereld heeft verbeterd. Daarom wordt ze ook de fakkel van de beschaving genoemd. Er zou nu geen wereldcrisis zijn, als de wetten van de Bijbel trouw gevolgd waren door de leiders en de bevolking van deze wereld in de verschillende landen.

Een boek, dat zo krachtig was om goed te laten doen en dat gedurende eeuwen een gunstige invloed heeft gehad op een groot deel van de wereld, is het toch zeker waard om meer dan oppervlakkige gelezen te worden voordat het wordt afgewezen. Trouwens, er is nog nooit een andere en bevredigende verklaring voor het ontstaan en de bestemming van de mens gegeven, dan die de Bijbel voorstelt; ook niet de verklaringen van de evolutionisten.

Het verslag in Genesis van de Schepping

Het verslag in de Bijbel van de creatie van de mens en het verhaal van de val van de mens in de Hof van Eden, is voor evolutionisten het grootste punt van kritiek. Toch zien we in de afgelopen jaren bij veel wetenschappers de tendens om hun standpunt over deze onderwerpen te herzien. De Franse Prof. Rene Thevenin, zegt, in een serie van publicaties in diverse bladen in de Verenigde Staten, over de leeftijd van de mensheid: “Voordat de wetenschap klaar is met het onderzoeken van grotten en de bodem van de zee, kan het al bewezen zijn dat er een grote waarheid verborgen ligt in de legende van de zondeval van de mens.”

De legende van de zondeval is volgens ons meer dan een legende. Dit is gebaseerd op het feit dat de mens oorspronkelijk een perfecte creatie was en een volmaakt huis had gekregen: “ ten Oosten van Eden”(Gen.2:8). Het is vanuit dit standpunt dat we ons onderzoek zullen uitvoeren.

Volgens de Bijbel is het menselijke ras met slechts twee apart geschapen personen begonnen: Adam en Eva. Is het redelijk om te veronderstellen dat dit waar is? Ja, want de tegenwoordige bevolking van de aarde maakt dit aannemelijk. Iedereen weet dat het menselijke ras gedurig in aantallen is gestegen in de loop van de ons bekende geschiedenis. Bedenkt u eens hoe groot het aantal inwoners vandaag in Europa zou zijn als Amerika niet 6 eeuwen geleden zou zijn ontdekt.

Er is geen bijzondere intelligentie voor nodig, noch geloof, om vast te stellen dat als we met de huidige percentuele toename van de wereldbevolking, terugrekenen met een gelijkwaardige percentuele afname terug door de eeuwen heen, we uiteindelijk het punt zullen bereiken waar we slechts een enkel paar vinden, dicht bij het moment van het begin van de geschiedenis en wanneer de mens, volgens de Bijbel, werd gecreëerd. Dit, samen met het feit dat recente archeologische vondsten onthullen dat de mens bij het begin van de geschiedenis een hoger niveau van beschaving bezat dan in latere tijden, zorgt voor een sterk indirect bewijs in het voordeel van het verhaal van de Hof van Eden in Genesis.

We hebben hier niet de ruimte om een gedetailleerd wetenschappelijke analyse over dit onderwerp te behandelen. We gaan er echter van uit dat degenen die geïnteresseerd zijn, vooral zij die hun twijfels hebben, eerder dan een poging te doen om de ongefundeerde hypotheses van de evolutionisten te bevestigen, zelf de moeite willen nemen om de feiten vanuit een wetenschappelijk oogpunt te onderzoeken. *

* Als een hulpmiddel bij deze studie raden wij het boekje “De Schepping” aan.

Is het zo moeilijk om te geloven dat dezelfde Kracht en Intelligentie die het machtige heelal, waarover de wetenschap ons zoveel verteld, heeft doen ontstaan ook het eerste menselijke paar door een bijzondere creatieve daad tot bestaan heeft gebracht? Indien de mens en alle andere vormen van leven niet het resultaat zijn van een creatieve kracht door een buitengewoon Intelligent Wezen, laat de wetenschap dan het fenomeen van het leven op een andere manier uitleggen.

Als we de rede volgen dan is het veel logischer om het Bijbelse verslag van de schepping aan te nemen. Vanuit die basis moeten we proberen om het plan van de Schepper, dat Hij voor het menselijk ras heeft uitgetekend, te ontdekken.

Een Romantische procedure

Het simpele verhaal van de schepping in Genesis vertelt ons dat de man eerst was geschapen en dat er geen bijpassende hulp voor hem was gevonden. Toen kwam Eva in dit verhaal. Is deze methode ondenkbaar? Heeft de beste romanschrijver in de wereld ooit een ingenieuzere manier bedacht om een bruid voor zijn held te vinden? Dit is nu wat we in dit verhaal over der schepping van moeder Eva kunnen zien.

Als God de macht heeft om Adam te creëren (en waar kwam de man vandaan als God hem niet had gecreëerd?) dan is het toch zeker voor zo een machtige Schepper een gemakkelijke daad, mocht Hij voor deze methode kiezen, om zoiets simpels als een rib te verwijderen en daar een vrouw van te maken?

God heeft dan ook nog eens de wondermooie tuin van Eden als woonplaats voor zijn perfecte creatie voorbereid. Het is zeker niet onredelijk om te veronderstellen dat God, nadat hij de mens had gecreëerd, ook een toepasselijke woning voor hem zou inrichten. Waarom zou iemand dit verhaal oppervlakkig noemen? Het vertelt alleen maar wat, onder die omstandigheden, iedereen de logische manier zou vinden. Het Boek Genesis onthult dat God mensen hier op deze aarde schiep; niet in de hemel, de hel of het vagevuur. Hun opdracht was de Schepper ‘s wil te gehoorzamen en zich te vermenigvuldigen en de aarde te vullen. Er is tegen Adam en Eva niet gezegd dat ze zich op de hemel moesten voorbereiden.

Laat ons, in een poging om terug te gaan naar de basisfeiten, voor een ogenblik veronderstellen dat de goddelijke bedoeling, om de mens de aarde te laten vullen en aan zich te onderwerpen, precies zo was gebeurd als God had bevolen. Waar zou dit toe geleid hebben? Het zou er simpel toe leiden dat de menselijke familie, geleidelijk groeiend in getal, in overeenstemming met het goddelijk bevel, er al snel achter zou komen dat de oorspronkelijk aangewezen woning in de tuin, te klein was en dat het daardoor nodig werd om te beginnen met de grenzen uit te breiden.

Het goddelijk bevel was om de aarde te bevolken, niet om een overbevolking te creëren. Het is duidelijk dat goddelijke wijsheid en kracht in staat zijn om, nadat er een voldoende aantal mensen geboren was, de verdere groei van het menselijke geslacht te doen stoppen. Is er iets onlogisch of verkeerd met deze methode? Is het niet redelijk maar ook precies wat we zouden verwachten van een intelligente en liefdevolle Schepper? Maar om de grootsheid hiervan in te zien is het nodig om ons in ons hoofd te bevrijden van al de verschrikkelijke beelden van lijden en nood die opdoemen. Het is het egoïsme van de gevallen mens dat al het lijden in deze wereld heeft veroorzaakt. Dit enorme lijden zou onbekend zijn als de mens in harmonie met zijn Schepper was gebleven.

Ook de dood. De mensheid zou dit onderdeel van het leven, zoals het nu is, niet kennen. De moderne wetenschap geeft toe dat levende cellen zich oneindig kunnen blijven reproduceren in een perfecte omgeving. Dood is het resultaat van zonde en met de dood kwamen het lijden, ziekten en leed. Probeert u zich eens een perfecte mensheid voor te stellen die vrij is van iedere vorm van egoïsme, ziekte en dood! Zou dit eigenlijk niet overal, iedereen goed uitkomen? Maar zult u zeggen, waarom mijn tijd verliezen om aan iets te denken dat, als het al mogelijk zou zijn, voorgoed verloren is? Echter, is die mogelijkheid wel voorgoed verloren? De Heilige Schrift antwoord: Nee! Het goddelijke plan van bevrijding en herstel, dat via Christus loopt, verzekert dat wat ooit had kunnen zijn, alsnog zal komen.



Hoofdstuk III

De boog van de belofte

“En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem gehoord hebt.” (Gen.22:18)

Het mag duidelijk zijn dat als we juist willen redeneren over God, het in de eerste plaats noodzakelijk is om de opgebouwde mist van bijgeloof, dat het verlies van het geloof door zovelen heeft veroorzaakt, ook het verlies van geloof in het Boek dat bekend staat als zijn Woord van de waarheid, weg te nemen en de zaak te verduidelijken.

Dit is niet gemakkelijk om te doen maar we hopen dat deze discussie in ieder geval hulp in die richting zal geven die er ook toe doet.

Niet iedereen is natuurlijk zeker of zij de Bijbel als een authentiek verslag van de origine en het lot van de mensheid moeten accepteren, maar iedereen zou tenminste geïnteresseerd moeten zijn in de redelijkheid van deze presentatie over dit onderwerp, zeker wanneer het kritisch wordt geanalyseerd; vooral nadat al de mist van de tradities is weggenomen van dit simpele duidelijk verhaal. Wat is het verhaal van de Bijbel dan als het eenmaal ontdaan is van bijgeloof en puur menselijke aannames?

Het zegt dat, nadat de mens was geschapen, God onze eerste ouders vertelde dat ze zeker zouden sterven als ze Zijn wet zouden overtreden: “maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.” (Gen. 2:17)

Dit lijkt simpel en duidelijk. Maar is het waar? Ja, het is waar want deze verklaring, lang geleden afgelegd aan de stamouders van het menselijke ras, wordt vandaag aangetoond door de miljarden graven en een constant sterven op deze wereld, die de grimmige waarheid bewijzen van deze duidelijk uitgesproken wet.

Op dit punt, is het duidelijk dat het boek van Genesis overeenkomt met de onbetwiste realiteit. Het feit dat Adam niet daadwerkelijk het graf inging op dezelfde dag dat hij de wet overtrad, is geen bewijs dat de doodstraf niet letterlijk moest worden opgevat. Een cruciale vertaling van de Hebreeuwse tekst over deze straf is als volgt: “stervende zult gij sterven.” (Gen. 2:17)

Dit drukt uit dat het stervensproces direct begon en zou blijven voortduren totdat het leven volledig zou uitgeroeid zijn. En dat is precies wat er gebeurde.

Er gebeurde ook nog iets anders, toen in de Hof van Eden. Van een bron die niet de Schepper was, kwam een verleidelijke uitspraak voor moeder Eva: “Gij zult geenszins sterven”. (Gen. 3:1-4) Deze suggestie dat God had gelogen tegen zijn schepsels, wordt aan de slang toegeschreven.

Vierduizend jaar later verklaart de apostel Johannes ons dat “die oude slang, dat is de duivel en satan” was en hij wijst aan dat deze de grote bedrieger van alle natiën is geweest. (Openb. 20:1-3) We hebben nu twee tegengestelde uitspraken. Eén aan God toegeschreven, waarin Hij stelt dat de mens zeker zal sterven. De andere komt van een door de Geschriften omschreven bedrieger, die met zekerheid zegt dat de mens zeker niet zal sterven. We hebben gezien dat de eerste uitspraak wordt gestaafd met feiten. De dood is inderdaad een realiteit waarvan de Bijbel zegt: “maar de doden weten niets” en weer: “want er is geen werk of overleg of kennis of wijsheid in het dodenrijk, waarheen gij gaat.” (Pred. 9:5-10)

Het Grote Bedrog

Wat nu met de uitspraak van de slang: “Gij zult geenszins sterven”? Jezus zei over deze slang dat hij de “vader van de leugen” is. (Joh. 8:44) Als echter het verslag in Genesis juist is, dan moeten we een bewijs vinden, door de tijd heen, van Satans bedrieglijke pogingen in verband met het onderwerp van de dood. Ook zouden we moeten verwachten dat dit bedrog overal aanwezig is. De apostel Johannes, aan wie zaken werden onthuld, heeft aangeduid dat deze oude slang alle naties zou bedriegen. Kunnen we dit bewijs vinden? Jazeker.

Ondanks dat Satan uitdrukkelijk zei dat de dood niet het gevolg zou zijn van het eten van de verboden vruchten, zijn Adam en Eva wel degelijk, zoals ook hun nageslacht, gestorven of stervende.

Om die reden moest Satan wel actie ondernemen. Hij was natuurlijk niet bereid om zich openlijk te verontschuldigen voor het valselijk beschuldigen van God als zijnde een leugenaar. Hij nam daarom kwaadaardige stappen om de mensen te laten geloven dat de dood niet een echte dood was, maar een toegang tot een andere, lagere of hogere, vorm van leven. Door de ingeboren angst van de mens voor de dood, dat zich onderhuids schuilhoudt in zijn hart, heeft bijna de hele mensheid verkozen om de leugen te geloven dat er geen dood is. Dit bedrog heeft de meeste mensen laten geloven dat de dood eerder een vriend is dan, zoals in de Bijbel staat, een vijand. (1 Kor. 15:26) Er is een bijzonder mooie hoop op een toekomstig leven, niet omdat de mens niet zou kunnen sterven, hij zal zeker sterven, maar weer zal worden opgewekt uit de doden.

Hoe kunnen we enig aanzien hebben bij onze Schepper wiens wetten wij hebben overtreden? Wat is de basis voor de hoop dat iedereen een kans mag hebben om God terug te betalen en weer het privilege te mogen genieten van een eeuwig, volledig gelukkig leven? Zou God Zijn uitspraak van onze veroordeling terugdraaien alleen maar omdat wij beloven dat wij het van nu af aan beter gaan doen?

De Bijbel maakt het Plan van de Schepper heel duidelijk. Door dit plan krijgt het verloren ras een mogelijkheid om weer in harmonie met Hem te komen, maar als we de waarheid hierover willen leren, dan is het nodig om hier voorzichtig mee om te gaan. Het is vanzelfsprekend dat onze vragen nooit op een bevredigende manier kunnen worden beantwoord als we in de traditionele theologie gaan graven om daar een redelijke basis voor geloof en troostende hoop te vinden. Laten we ons daarom in onze zoektocht beperken tot de Bijbel zelf. Tot nu toe is de Bijbel in overeenstemming bevonden met bekende en vastgestelde feiten en met de rede. Dit geeft vertrouwen. Zou het dan ook niet redelijk zijn om te verwachten dat hij een bevredigende oplossing bevat voor dit hele probleem van de toekomst van de mensheid?

In Gen. 3:15 wordt gesuggereerd dat de Schepper, vanaf het begin, van plan was om meer te doen voor de mens dan hem alleen maar tot de dood te veroordelen. Er staat de belofte dat het “zaad van de vrouw” uiteindelijk de kop van de slang zal vermorzelen. Dit is natuurlijk een vage en onbestemde uitspraak maar in het licht van de opeenvolgende goddelijke openbaringen, is het duidelijk dat dit een bijzonder mooie betekenis heeft.

Laten we, bijvoorbeeld, naar een van de laatste hoofdstukken in de Bijbel kijken: Openbaringen 20:1-3. Daar zegt de apostel Johannes dat hij in een visioen een machtige engel uit de hemel zag nederdalen die “de oude slang” zou grijpen en hem voor duizend jaar zal binden: “opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden”. Dit is een profetisch beeld van de vervulling van de vage belofte in Gen. 3:15, dat het zaad van de vrouw de kop van de slang zou vermorzelen. Anders gezegd: in deze wel heel symbolische taal verzekert de Schepper ons, via de apostel Johannes, dat de zonde van onze eerste voorouders niet in een durende vervloeking zal uitmonden maar dat op zijn eigen tijd en op zijn eigen manier een durende genezing werkzaam wordt en dat de slang zal worden vernietigd.

Op deze manier hebben we de twee uitersten gelokaliseerd, om het zo te zeggen, van deze boog van belofte; de belofte die in Genesis is gegeven dat de kop van de slang vermorzeld zal worden en het visioen dat aan Johannes is gegeven: dat dezelfde slang gebonden zal worden en uiteindelijk vernietigd. Toch moeten we hier niet stoppen maar beter onze zoektocht door de heilige verslag verderzetten, in de hoop dat we sommige van de details mogen vinden over hoe Satans‘ werk van het veroorzaken van de dood in Eden kan vernietigd worden en de mensheid in het verloren Paradijs kan worden teruggebracht.

Gods belofte aan Abraham

Laten we nu de teleurstellende gebeurtenissen in Eden achter ons laten en verder gaan naar de periode, twee duizend jaar later, waarin Abraham leefde. Vanaf deze tijd is het niet meer nodig om zo veel zaken alleen maar door het geloof te aanvaarden. Archeologen hebben niet lang geleden de stad Ur opgegraven, de geboorteplaats van Abraham, maar ook verschillende ruïnes van het oude Kanaän. Deze vondsten onderbouwen zowat ieder detail over deze hele periode van de geschiedenis, die in de Bijbel wordt beschreven. In het licht van deze ontdekkingen hebben nu zelfs sceptici toegegeven dat de Bijbel, zoals ze ooit een groot deel van de mensen deden geloven, zeker geen verzameling is van fabeltjes.

God heeft aan Abraham een heel bijzondere belofte gegeven, een belofte die nog niet is vervuld. Hij zei: “en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.” (Gen. 12:1-3) In de tijd daarna, toen zijn zoon Isaak een volwassen man was geworden, herhaalde God deze belofte en bevestigde het ook met een eed. Abraham stierf zonder deze belofte in vervulling te zien gaan. Hij werd overgedragen aan Isaak en vervolgens aan diens zoon Jakob. Ezau, de oudere broer van Jakob, had zijn recht om deze belofte te erven, voor een bord soep geruild.

Uiteindelijk naderde Jakob het einde van zijn imperfecte leven en nog altijd had God Zijn beloften om alle volkeren te zegenen, niet vervuld. Als gevolg hiervan droeg Jakob op zijn sterfbed de scepter van deze belofte over aan zijn zoon Juda. We kunnen hier niet al de gerelateerde beloften in het Oude Testament, die deze basisovereenkomst met Abraham verder uitdiepen, onderzoeken. Het is voldoende om te zeggen dat in deze beloften de Joden in de vorm van de “Leeuw van de stam van Juda” een grote persoonlijkheid zagen. Ze raakten eraan gewend om over hem te spreken als hun toekomstige Messias. (Gen. 49:8-10; Openb. 5:5) De enorme invloed van deze oude beloften is een van de oorzaken die het angstige en vervolgde volk van Israël meer dan 4000 jaar lang gescheiden heeft gehouden van de rest van de wereld. De Joden onderscheiden zich in deze tijd als volk. Ze zijn een levend bewijs van Gods daadwerkelijke omgang met hen in het verleden, door zijn beloften die hoop geven, dit omdat ze Zijn gekozen volk zijn. Veel van deze beloften zijn echter nog altijd niet vervuld.

De belofte van de komst van de Messias

In de tijd van de eerste komst van Jezus waren veel Joden alert op de komst van de lang beloofde Messias. Er wordt verteld dat op een nacht op de heuvels van Judea waar de herders hun kudde hoedden er plotseling een bovennatuurlijk licht verscheen samen met het geluid van ongewone stemmen. Ongebreidelde fantasie zult u denken?

Laten we eraan denken dat als de Bijbel is wat het zegt te zijn, namelijk een openbaring van de Schepper ‘s bedoelingen met de mensheid die tevens dezelfde Schepper is die al die andere machtige creaties tot stand heeft gebracht, dan is het niet moeilijk om te geloven dat een Hyper Intelligent Zijn ook verschillende soorten van geestwezens, op hogere zijnsniveaus dan die van de mens, heeft gecreëerd. Als Hij vervolgens wenste om deze hogere engelachtige schepsels contact te laten hebben met mensen op zo een bijzonder moment als de geboorte van de Verlosser, dan zou dit voor Hem heel eenvoudig zijn om te regelen. Dat is ook wat Hij deed. Met een van deze machtige engelen als boodschapper, heeft God de herders verkondigd: “En de engel zeide tot hen: Weest niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk zal ten deel vallen: U is heden de Heiland geboren, namelijk Christus, de Here, in de stad van David.” Luc. 2:10,11

Het Griekse Christus is gelijk aan het Hebreeuwse Messias. De boodschap van de engel betekende simpelweg dat de Messias van de wereld, waarvan de komst door God al zo lang was beloofd, nu ook echt geboren was en dat hij ook echt de Verlosser van deze wereld zou worden. Daarom was het een goede boodschap voor alle mensen. Ieder mens op de aarde zouden gezegend worden als een gevolg van Zijn geboorte. Maar hoe wordt, Jezus, de Messias, de Redder van deze wereld? Hoe ziet Zijn zegening er uit die Hij ons allen gaat geven?

Van wat we eerder hebben geleerd, heeft het menselijke ras, door Adams ‘overtreding, het voorrecht verloren om eeuwig op aarde te leven. Als nu dood simpelweg dood en niets anders betekent, en dat is wel duidelijk, dan lijkt er geen andere weg voor verlossing voor ons te zijn dan bevrijd te worden van de doodstraf en daarna het leven weer terug te krijgen.

“Vrede op Aarde”- Wanneer?

Wat doen we met het gegeven dat, ondanks dat deze Verlosser, deze Messias die bijna tweeduizend jaar geleden op aarde gekomen is, de wereld blijft sterven? In welke zin is Hij dan haar Verlosser? Als er geen eeuwige marteling is waarvan de mensheid moet worden gered, waar bevrijdt de Verlosser haar dan van en hoe? Ook is de vraag: zal de wereld anders zijn wanneer ze is verlost?

We zijn natuurlijk allemaal op de hoogte van de prachtige muziek en de inspirerende woorden die op elke kerstdag vanuit iedere kerk binnen het Christendom worden verkondigd. De kreet: “vrede op aarde, voor ieder mens een welbehagen” wordt jaarlijks gebruikt. Maar is het niet zo dat deze uitspraken tot nu toe vooral lege woorden zijn? Als een stervende soldaat dit hoort, heeft deze slogan dag nog enige waarde voor hem? In oorlogstijd doden de zichzelf benoemde volgers van Jezus van de ene natie, de zichzelf benoemde volgers van Jezus van een andere natie, en noemen dit vervolgens ieder hun christelijke plicht. Als ze dit vanuit hun geloof doen, zullen ze dan met open armen de door hun afgeslachte broeders van de andere natie, in een hemelse verrukking omarmen? Is dit dan de manier waarop de profetie van “vrede op aarde” vervuld zal worden? Onze studie heeft tot zover onvoldoende inzicht aangedragen om een antwoord te kunnen geven op deze moeilijke vragen. Laten we echter verder gaan en dan zullen we zien dat de Bijbel zinvolle inzichten geeft om wel een antwoord te vinden.

We hebben tot zover het spoor gevolgd van de beloften over de komst van de Messias vanaf de dag in de Tuin van Eden, tot aan de tijd van Jezus en hebben gezien dat deze beloften zullen vervuld worden in en door Hem. Paulus geeft dit aan in Galaten 3:8,16 waar hij duidelijk Jezus als het beloofde zaad van Abraham aanduidt. Johannes de Doper kondigt Jezus aan in Johannes 1:29: “Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt.” Toen Johannes daarna gevangen was genomen, begon hij tijdens zijn verblijf in de gevangenis toch te twijfelen en vroeg zich af of hij zich niet had vergist. Daarom zond hij boodschappers naar Jezus om te vragen of Hij wel degelijk de Messias was. Jezus stuurde een bijzonder antwoord. Hij gaf deze boodschappers de opdracht om Johannes eraan te herinneren dat door Zijn handen zieken werden genezen; verlamde mensen weer konden lopen; blinden weer konden zien; doven weer konden horen en dat zelfs, in een aantal gevallen, doden werden opgewekt.

De Handelingen van Jezus vervullen de Profetie

Waarom beantwoordde Jezus, Johannes op deze eigenaardige manier? Hij deed dit omdat de profeten hadden voorspeld dat de Messias precies deze handelingen zou verrichten. Door op deze manier te antwoorden, werd Johannes dan ook gerustgesteld. Niet alleen Johannes de Doper was onder de indruk van deze machtige daden van Jezus. Het was in die dagen normaal dat door uitzonderlijke genezingen, velen overtuigd zouden raken van het feit dat Hij de Messias was en dat het lang beloofde Messiaanse Koninkrijk zou beginnen. Heel Israël zou gezegend worden samen met alle volkeren op aarde. Het volk werd zelfs zo enthousiast dat ze probeerden om Jezus tot Koning uit te roepen. Dit riepen ze ook toen hij op een ezel Jeruzalem binnenreed.

Slechts vijf dagen hierna gebeurde er iets dat de discipelen en al de mensen, die Jezus zagen als de Messias, niet konden begrijpen. De religieuze leiders werden jaloers omdat Hij zo populair was. Ze zetten daarom een complot op, arresteerden Hem, hielden een schijnproces, veroordeelden Hem tot de dood en lieten Hem uiteindelijk kruisigen als een misdadiger. Wat betekende dit? Hoe kon het gebeuren dat Hij die was gekomen om Koning op aarde te zijn, op die manier zou worden veroordeeld en gekruisigd? Dit klopte helemaal niet met de visie van de discipelen over wat de Messias zou doen en zijn: een koninkrijk stichten en de koning en verlosser van de mensen worden. Wat zullen ze enorm teleurgesteld zijn toen hun hoop en verwachtingen op deze manier de grond werden ingeboord.

Drie dagen na de kruisiging waren twee van de diepbedroefde discipelen onderweg naar Emmaüs. Plotseling liep een vreemdeling met hen mee. Toen hij hun verdriet zag vroeg hij naar de reden daarvan. Ze vertelden hem wat er de afgelopen dagen was gebeurd en hoe diep ze teleurgesteld waren in hun verwachtingen die ze hadden van de wonder-genezer uit Nazareth.

Waarom Jezus stierf

Deze vreemdeling, in werkelijkheid Christus die was opgestaan uit de dood, maakte gebruik van dit gesprek om uit te leggen waarom Hij was gestorven. Dat Zijn dood al eerder was geweten en voorspeld door de Hemelse Vader. Dat het een noodzakelijke voorteken was voor de beloofde zegeningen die door de glorie van het Messiaanse Koninkrijk vervuld zouden worden.

Later vertelden deze twee discipelen aan de anderen over deze ontmoeting en zeiden: “Was ons hart niet brandende in ons, terwijl Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften opende?” (Luk. 24:32). Er was natuurlijk een goede reden voor het enthousiasme van de discipelen. Ze zagen nu in dat de dood van hun Meester niet een tragische vergissing was, zoals ze hadden gedacht, noch was er een bewijs dat hij niet de Messias was. Ze begrepen nu dat de dood van Jezus absoluut noodzakelijk was. Alleen hierdoor kan de mensheid de zegeningen van het leven ontvangen, zoals door God was beloofd.

Later legde een van de discipelen uit dat Jezus, voordat Hij een sterfelijk mens werd, de Logos was, vertaald als “Woord” in Joh. 1:1. Het was deze Logos, of Woord van God, die in het vlees was gekomen met juist de bedoeling dat Hij zou sterven als losgeld voor Adam en het door zijn daad veroordeelde ras. (1Tim. 2:3-6; Rom. 5:12) Door gebrek aan kennis of door het opzettelijk verbergen van de juiste vertaling van de Griekse tekst zoals die staat in Johannes, hoofdstuk 1, hebben de vertalers de schijn gewekt dat de Logos, het Woord, de goddelijke Schepper zelf was. Een correcte vertaling van deze paragraaf maakt echter duidelijk dat de Logos enkel een god was, of een machtige, terwijl de Schepper altijd wordt aangeduid als de God, de Oppermachtige, de Almachtige.

De apostel vertelt ons dat de Logos gezonden was door Jehova om al het scheppingswerk te verrichten: “zonder Hem is niets gemaakt dat gemaakt is.” Dit is, zonder twijfel, waarom de meervoudsvormen ons en onze, gebruikt worden in het verhaal van de schepping in Genesis: “..laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis”. (Gen 1:26)

De Bijbel spreekt over de eenheid van de Vader en de Zoon. Het is duidelijk dat hier wordt bedoeld een eenheid van doel en wens van ieder, in plaats van het één zijn als persoon. Jezus bad dat deze zelfde eenheid tussen Hem en zijn volgelingen zou mogen bestaan. (Joh. 17:21-23) Hij zelf zag zich niet als een en dezelfde persoon die gelijk was aan de Schepper, of dat Hij zijn eigen Vader was. Dit wordt duidelijk door Zijn woorden wanneer Hij zegt: “..want de Vader is meer dan Ik.” (Joh 14:28)

De discipelen wisten dat het loon van de zonde de dood is, niet een leven in kwelling. Daarom was het voor hen gemakkelijk te begrijpen hoe de dood van Jezus, die speciaal daarvoor in het vlees was gekomen, die prijs kon betalen en de weg vrijmaken voor de hele wereld om uiteindelijk weer in harmonie met God te komen en van daaruit tot leven. Voor de discipelen was er tot Pinksteren nog wel altijd een behoorlijk mysterie. Terwijl ze nu wisten dat Jezus, hun Messias, uit de dood was opgestaan, zagen ze maar weinig van Hem. Uiteindelijk liet Hij ze volledig alleen achter. Hoe vreemd was dit! Toen ze Hem voor het laatst zagen, had Hij hen gezegd on in Jeruzalem te blijven tot ze verdere instructies zouden krijgen via de Heilige Geest. Dit moet voor hen, zonder meer, een zeer vreemde opdracht zijn, gegeven door Hem van wie ze nog altijd dachten dat Hij de beloofde Messias was.

Niet alleen waren deze vroege discipelen zelf voor een tijd verward door deze extra onverwachte wending, maar sindsdien hebben velen de echte betekenis hiervan verkeerd begrepen en daardoor zijn foutieve theorieën ontwikkeld. Als Jezus niet op aarde is gekomen om letterlijk een Koninkrijk op aarde te stichten dan moet er een andere reden voor Zijn komst gevonden worden. Voor velen leek het vervolgens logisch om de conclusie te trekken dat Zijn komst, dood en opstanding, de bedoeling hadden om de mens te redden van de martelingen in de hel om hem, na zijn dood, direct in de hemel op te nemen. Maar de Messias moet een aards rijk stichten en alle volkeren op deze aarde zegenen op het moment, zoals we later zullen zien, dat God dat beslist.

Wanneer weldenkende mensen meer en meer de God uit de donkere middeleeuwen, die martelt, afwijzen, willen ze weten waarom er nu al tweeduizend jaar is voorbijgegaan sinds Jezus Zijn discipelen verliet en de huidige wereld meer geregeerd wordt door zelfzucht en minder vertrouwen heeft in de Messias dan ooit. Mensen die hierover nadenken vragen zich af waarom, als het doel van Jezus is de wereld te bekeren en het te redden van het hellevuur, er zo weinig vooruitgang op dit gebied is. Ook is de vraag, als het de Messiaanse bedoeling is om een aards koninkrijk te stichten en daardoor de mensen te zegenen met leven en blijdschap waarom dit nog altijd niet is gebeurd.

Als de Bijbel Gods Woord is, en wij beweren dat het ook zo is, dan mogen we verwachten dat we op deze en andere redelijke vragen, door de Bijbel een antwoord wordt gegeven. We moeten wel in gedachten houden dat het Woord zegt dat Gods wegen niet onze wegen zijn en onze gedachten niet Zijn gedachten. (Jes. 5:8-11) Dit betekent niet dat we niet moeten proberen om een verklaring te zoeken om op die manier de gedachten van God te begrijpen. (Job 23:4-7) Als we de mogelijkheid gebruiken om met de Schepper te communiceren, via Zijn geïnspireerde Woord, dan zullen we antwoorden vinden die zowel ons verstand als ons hart begrijpen.



Hoofdstuk IV

Heeft het Christendom gefaald?

Om een JUIST antwoord op de vraag te geven of het Christendom een succes of een mislukking is geweest, hangt af van een goed begrip over wat Christendom inhoudt. Het tweede dat duidelijk moet zijn is wat het, volgens God, op deze aarde zou moeten bereiken. Christus wordt in de Bijbel als de redder van deze wereld voorgesteld. De logische conclusie is dus dat Gods plan inhoudt dat de wereld zich tot Jezus zou bekeren en daardoor aan de dood zou ontsnappen. Maar er is nu al tweeduizend jaar voorbij sinds Hij op de wereld is gekomen om te sterven voor de mensheid, en de wereld is nog steeds ver van bekeerd. Zelfs het gevestigde Christendom verliest snel terrein en veel landen verzetten zich tegen iedere vorm van religie. Moeten we hieruit constateren dat Gods plan heeft gefaald?

Toen Jezus leefde baseerden de discipelen hun hoop op een messiaans koninkrijk op de profetieën in het Oude Testament en dit was ook hoofdzakelijk juist. Echter wat ze, om te beginnen, niet begrepen was dat het nog niet de tijd was voor de stichting van het koninkrijk. Hetzelfde geldt ook voor de meeste praktiserende christenen sindsdien. Hun geloof dat God het plan heeft om de bekering via Christus en de kerk te laten lopen is juist maar wat ze uit de geschriften niet hebben begrepen, is dat dit niet de tijd is waarin God de voleinding van zijn werk heeft voorzien.

Net zoals de discipelen zelf faalden om de profetieën goed te begrijpen, waarin staat dat de Messias eerst moet lijden en sterven als Verlosser voordat het koninkrijk op de wereld kon komen, zo hebben ook de praktiserende christenen niet begrepen dat de kerk van Christus eerst moet lijden en sterven met Hem. Pas dan zullen ze het voorrecht verkrijgen om te mogen delen in het werk van bekering en zegening van deze wereld in het toekomstige rijk. De apostel Paulus schrijft dit zeer duidelijk: “Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.

Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden.” (Rom. 8:17,18)

De heerlijkheid waarover wordt gesproken, is duidelijk de heerlijkheid van het mede-erfgenaam schap met Christus in Zijn messiaanse koninkrijk. Als zij die deze heerlijkheid bereikt hebben, door eerst samen met Hem te lijden, dan betekent dit dat de huidige taak van de kerk niet het veroveren van de wereld is voor Jezus, maar Zijn voetspoor loyaal te volgen, zelfs tot de dood.

Christenen volgen Jezus

Dit leerde Jezus ook letterlijk meer dan eens aan zijn volgers: “Toen zeide Jezus tot zijn discipelen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.” (Mat.16:24) Door Jezus is “Hem volgen tot in de dood” tot een positieve daad gemaakt door Zijn woorden: “Wees getrouw tot de dood en Ik zal u geven de kroon des levens” (Openb. 2:10) Dat deze trouw ook kracht geeft in het ondergaan van pijn of lijden wordt bevestigd in Zijn belofte: “Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.” (Openb. 3:21)

Toen de goddelijke opdracht aan de kerk was gegeven om de hele wereld in te gaan en het Evangelie te verkondigen was dit met de bedoeling om volgelingen aan te trekken en om een getuigenis te zijn. Dat deze getuigenis niet door God bedoeld was als een verovering van de wereld maar een voorbereiding van christenen zelf om in de toekomst samen met jezus te regeren kunnen we lezen in Openbaring 20:4. We citeren: “en (ik zag) de zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God… en zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang”.

Indien de opdracht van de ware christenen in deze wereld alleen maar het getuigen van de waarheid zou zijn en, door de ervaringen die ze daarbij hebben opgedaan, zichzelf voor te bereiden voor het grootse toekomstige werk om de wereld te bekeren gedurende het duizendjarig rijk, dan kunnen we gemakkelijk het falen van het Christendom begrijpen. We zien echter dat het echte Christendom niet heeft gefaald. Het is alleen de valse hoop van de formele gelovigen van allerlei richtingen binnen de kerk die niet is uitgekomen. Als we ons realiseren dat in onze tijd de taak van de kerk er een is van opoffering en lijden, eerder dan een verovering van de wereld, worden veel onbegrijpelijke zaken voor ons ineens veel duidelijker.

Om een voorbeeld te geven: heeft u zich niet dikwijls afgevraagd waarom waarlijke christenen, in het algemeen, meer geleden hebben dan andere mensen? Heeft u zich ooit afgevraagd waarom, nadat Jezus als het Licht van de wereld op aarde is gekomen, de menselijke beschaving juist toen in een lange periode van duisternis, die wij nu de donkere eeuwen noemen, is gestort? Heeft u zich weleens afgevraagd waarom er nu twee keer meer zoveel ongelovigen in de wereld zijn dan een eeuw geleden? Wie heeft er zich dit soort vragen niet gesteld? Velen zijn juist door deze vragen tot de conclusie gekomen dat het Christendom een enorme farce is en dat dit zogenaamde bolwerk en basis van de beschaving wel erg gefaald heeft in zijn pretenties.

Wat is een Christen?

Het overwegende beeld van het Christendom is dat als je een christen wordt, dit hetzelfde is als lid worden van een club. Dit lidmaatschap geeft dan automatisch een soort van veiligheid tegen de goddelijke toorn die je anders naar een afschuwelijke plek zou brengen, waar je tot je dood zou worden gemarteld. Door deze gedachte ging men ervan uit dat God wenst dat iedereen een christen is, omdat ze op die manier aan dit vreselijke lot zouden ontkomen. Omdat we ontdekt hebben, met de kennis van nu, dat deze nachtmerrie van een eeuwige marteling niet door de Bijbel wordt geleerd, wordt de weg naar een beter begrip, over wat een christen zijn precies inhoudt, veel gemakkelijker.

Het woord Christus, een Griekse vertaling van het Hebreeuwse woord Messiah, wordt in het Nieuwe Testament gebruikt om een verband te leggen tussen Jezus en het grote aantal messiaanse beloften doorheen het hele Oude Testament. Zoals we al hebben laten zien werd de eerste van deze beloften gegeven in de Tuin van Eden toen God zei dat het zaad van de vrouw de kop van de slang zou vermorzelen. Een andere en meer specifieke belofte werd aan Adam gegeven. Hem werd verteld dat door zijn zaad alle volkeren van de wereld gezegend zouden worden.

Jezus, de Christus, kwam in de wereld als het zaad van de belofte. Hij was degene die de hele mensheid zou zegenen. De geschriften tonen aan dat zij die waarachtige christenen worden, door trouw in zijn stappen van zelfopoffering te volgen zelfs tot in de dood, deel van Hem zullen zijn als en ook deel zijn van het beloofde zaad.

De apostel Paulus, die in die tijd brieven schreef aan de christenen, zei: “Indien gij nu van Christus (een christen) zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.” (Gal. 3:29) In de brief die gericht was aan de Galaten, schreef Paulus dat Christus “…niet uit één lid, maar uit vele leden bestaat…” (1Kor. 12:14). In deze twee opmerkingen maakt de apostel een belangrijk punt om goed over na te denken. Hier wordt duidelijk gemaakt dat in de keuze en de ontwikkeling van christenen, God nog alleen maar bezig is met het voorbereidende werk. Dit werk is om, binnen het kader van het toekomstige messiaanse doel, alle volkeren te zegenen. Dit betekent dat God niet geprobeerd heeft om van alle mensen christenen te maken. Hij heeft alleen vanuit alle volkeren een paar mensen uitgekozen om hen met Christus te verbinden om Hem bij te staan in zijn toekomstige werk om allen te zegenen, zowel de levenden als de doden.

Een Eigenaardig Volk

Wie zijn in deze tijd de christenen die God heeft uitgekozen om samen met de Messias te regeren? In welke kerk kunnen we ze vinden? Er zijn er waarschijnlijk binnen de verschillende stromingen in het hedendaagse Christendom, maar God is de uiteindelijke Rechter die bepaalt wie het zijn. Een christen is iemand die heeft onderkend dat hij een zondaar is en is vervreemd van God. Hij heeft hier berouw over getoond en door zijn geloof in het vergoten bloed van Christus voor zijn zonden, al zijn talenten en tijd, dus alles wat hij heeft, in dienst van God stelt. Hij voert dit uit, in een durend geloof. Lid zijn van een gevestigde stroming binnen de kerken, is volkomen onbelangrijk. (zie Rom. 5:1,2)

In het vijftiende hoofdstuk van het boek Handelingen staat een verhelderende verklaring over de goddelijke overwegingen in de selectie van de gelovige christenen in deze tijd. Ze worden gevormd om een volk voor Hem en in Zijn naam te zijn. De apostel Petrus legt hieruit dat dat hij door God was uitgekozen om het evangelie aan degenen die geen Jood zijn, te verkondigen. Niet om ze allemaal tot christenen te bekeren, maar om uit sommigen van hen “een volk voor God te vormen”, de werkelijke christenen. De apostel Jacobus legt verder uit dat als dit is gebeurd, de goddelijke gunst weer naar Israël zal terugkeren en dat God “de vervallen hut van David zal wederopbouwen”. (gebroken tabernakel van David weer hersteld zal worden). Jacobus zegt verder: de anderen en allen die geen Jood zijn zullen de mogelijkheid krijgen om “God te zoeken”. Voor dit gebeurt moet er eerst dit werk volledig afgerond worden: een volk in Zijn naam verzamelen, de bruid van Christus, dat bestaat uit alle volledig ingewijde christenen. (Hand. 15:14-18)

Nu we dus kunnen zien dat het niet de bedoeling van God was dat alle mensen op deze wereld, in deze tijd christenen zouden worden, kunnen we veel beter gedeelten uit de Bijbel begrijpen die eerder erg moeilijk waren. Er staat bijvoorbeeld in Openbaringen 5:10 dat de toekomstige regering van Christus en de kerk, op aarde zal zijn. Hoe zou dat nu kunnen als eerst alle mensen, behalve degenen die tot de Kerk behoren, van de aarde verwijderd zijn om eeuwig gemarteld te worden in altijd brandende hel? Over wie zouden de heiligen dan op deze aarde regeren? Deze vraagstelling verdwijnt als we ons realiseren, zoals in de geschriften staat, dat de wereld gezegend wordt en niet vervloekt, als eenmaal de waarlijk kerk compleet is.

Als we op deze manier naar dit onderwerp kijken dan zien we dat het plan van God om de mensheid te redden een mogelijkheid biedt aan iedereen, zowel de kerk en de wereld. Het is niet zo dat iedereen gered zal worden, ongeacht of ze nu wel of niet hebben meegewerkt binnen de goddelijke plannen. De geschriften maken het erg duidelijk dat iedereen die bewust zondigt, nadat hij de volledige kennis heeft ontvangen van de waarheid, gestraft zal worden met een volledige en durende vernietiging. Dus niet een eeuwigdurend bestaan in ellende zoals de geloofsovertuiging, die dateert uit de donkere eeuwen, ons voorhoudt.

De Beloning voor de Waarachtige Kerk

Er is een ander interessant punt in verband met Gods selectie van de Christelijke kerk als verbonden zijnde met Christus in Zijn messiaanse koninkrijk. Dit is dat christenen die loyaal zijn, een hogere beloning ontvangen dan anderen op deze wereld. Gods voorziening voor deze laatsten is dat zij het leven terugkrijgen op de aarde. Een herstel van het koninkrijk, dat vanaf de schepping van de aarde is voorbereid en een heerschappij is over een lagere vorm van de schepping. Maar Jezus gaf de christen een belofte: “… Want Ik ga heen om u plaats te bereiden, …opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben.” (Joh. 14:2,3) Ja, de kerk krijgt een hemelse beloning maar het is niet Gods bedoeling om de hele mensheid naar de hemel te brengen. Dit zullen we later in deze discussie zien.

Het vooruitzicht voor een eeuwigdurend leven, door het vergoten bloed van de Verlosser, is de hoop die gegeven wordt aan zowel de kerk als aan de wereld. De beschrijving in de geschriften is niet die van een hemel voor de rechtvaardigen en eeuwige marteling voor de goddelozen. Het gaat over of leven, of dood.

De eerste mens, Adam, was ongehoorzaam en verloor zijn leven. Jezus kwam uiteindelijk om deze schuld voor de mens in te lossen. Hij betaalde de doodstraf af; met Zijn eigen dood aan het kruis. Door deze daad krijgt de mens weer opnieuw de kans om eeuwig te leven. Deze kans zal op een bepaald moment voor iedereen gelden. Het is wel zo dat tijdens de huidige periode van het evangelie, alleen volledig bekeerde christenen van het voordeel van de dood van de Verlosser kunnen profiteren. Zij worden beloond omdat ze zich voor Jezus opgeofferd hebben. De beloning is niet alleen het leven maar het onsterfelijke leven. Het zijn zij “die in het goeddoen volhardende, heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken, het eeuwige leven.” (Rom. 2:7) Degenen van de mensen die gehoorzamen in het komende Koninkrijk, krijgen ook de mogelijkheid tot leven. Dit leven zal alleen het teruggegeven leven zijn dat door Adam is weggegeven. Ze zullen dan eeuwig leven, niet omdat ze onsterfelijk worden, maar omdat God hun leven zal blijven geven.

Waarom de Wereld niet is Bekeerd

Het werk van het echte Christendom is tot nu toe nog alleen maar de voorbereiding geweest van de toekomstige medeerfgenamen met de Messias, voor het grote werk tijdens Zijn lang beloofde koninkrijk. Het is in dit kader niet verwonderlijk dat de pogingen om de wereld te bekeren zo weinig vooruitgang heeft gemaakt gedurende het christelijke tijdperk. God wist dat, vanuit het menselijke standpunt, het Christendom een mislukking zou blijken. Jezus zei zelf bij een verwijzing naar het einde van onze tijd: “Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?” (Luc. 18:8) Het is voor God dus helemaal geen verassing dat alleen maar een paar mensen in deze wereld, echt in de ware boodschap van de Bijbel geloven. Zijn geliefde Zoon, de Verlosser van deze wereld, voorzag dit en voorspelde het ook. Dit is nog een goede reden waarom we moeten geloven in wat de Bijbel zegt.

De honderden verschillende afsplitsingen binnen de zogenaamde christelijke kerk is ook voorspeld in het profetische Woord. Paulus zei dat een groot aantal mensen van het ware geloof zouden afwijken. We kunnen duidelijk zien dat dit ook echt is gebeurd.

Stel nu dat Jezus en zijn apostelen een groepje oplichters waren, die erop uit waren om een voor hen voordelig plan op te zetten om de wereld naar hun hand te kunnen zetten. Zouden ze dan opzettelijk voorspeld hebben dat het niet lang zou duren voordat dit plan in duigen zou vallen om vervolgens zichzelf voor miljoenen mensen belachelijk te maken? Deze pessimistische voorspelling zou niet erg aanslaan bij de vroege gelovigen, noch veel mensen inspireren om een volgeling van deze beweging te worden. Wereldse wijsheid zou juist zeggen: stel de toekomst zo mooi mogelijk voor want anders krijg je nooit veel medestanders.

Jezus en de apostelen werden niet geleid door een wereldse wijsheid. Zij wisten heel goed dat de bedoeling van het evangeliseren niet het bouwen van een grote en imposante kerk was. Ze wisten heel goed dat het niet de bedoeling van God, om door alleen maar het Evangelie te prediken, de wereld aan Jezus‘ voeten te leggen. Zij wisten van tevoren dat, terwijl een kleine groep van ware christenen verzameld en voorbereid zouden worden op hun toekomstige werk, bijna alle anderen mannen en vrouwen misleid zouden worden en de glorieuze waarheden die de Meester leerde, zouden vervormen. Hierdoor zou het Christendom ogenschijnlijk op een groot verlies afstevenen.

Daarom zijn we juist zo blij dat het echte Christendom niet heeft gefaald, dat het goddelijke plan voor dit tijdsperk succesvol is afgerond en dat Zijn voorbereidend werk voor het nieuwe koninkrijk bijna is afgerond. Er is veel schriftelijk bewijs in de Geschriften dat aantoont dat de periode, die binnen het goddelijke plan is gekozen om de ware christenen te roepen en voor te bereiden om samen met Jezus te regeren in zijn messiaanse koninkrijk, bijna is beëindigd. Het zou onze harten moeten verheugen om sommige van de bewijzen, die aantonen dat we bijna het einde van deze periode en het begin van een nieuwe hebben bereikt, te onderzoeken en er rekening mee te houden. Een nieuwe periode waarin de voorzegde zegeningen van vrede en leven, aan een stervende wereld uitgedeeld worden.



Hoofdstuk V

Het einde van de wereld

Bijbelse feiten die verwijzen naar het einde van de wereld zijn zo verdraaid door bijgeloof en satanisch bedrog, dat ze voor veel verstandige mensen bijna weerzinwekkend zijn geworden.

Hoeveel eerlijke mensen raken niet verafschuwd als ze aan deze traditionele onvoorstelbare rampen, die hen door overenthousiaste evangelisten zijn voorgehouden, moeten denken. Nog niet zo lang geleden heeft een bekende predikant geprobeerd de mensen moed in te spreken door te zeggen dat het einde van de wereld nog wel 50 miljoen jaar zou duren. Voor veel godsdienstijveraars was deze uitspraak zonder twijfel een grote opluchting. Ook het feit dat deze rampen op aarde dan ook niet tijdens hun leven zullen gebeuren, moet zonder meer tot veel vreugde leiden.

Hoe anders wordt het inzicht over dit onderwerp als we de Bijbelse verslagen onderzoeken, los van de invloeden van de gedachtegang die tijdens de donkere eeuwen gangbaar was. In de Heilige Schrift lezen we dat het einde van de wereld wordt gezien als iets waar iedereen met vreugde naar kan uitkijken. Wanneer we alle Bijbelse profetieën over dit onderwerp volledig begrepen hebben, zien we dat Jezus zijn discipelen leerde om te bidden: “Uw koninkrijk kome. Uw wil geschiede zowel in de hemel als op de aarde” (Math. 6:9-10). Hiermee gaf Hij eigenlijk de opdracht om te bidden voor het einde van de huidige, slechte, wereld die vervangen zal worden door een betere.

De Aarde Blijft Eeuwig Bestaan

De vele waanbeelden van mensen over het einde van de wereld, worden in de Bijbel gewoon niet vermeld. De geschriften hebben het helemaal niet over het verbranden of de totale vernietiging van de planeet aarde. Over onze planeet waar we op leven zegt de profeet Jesaja: “Want zo zegt de Here, die de hemelen geschapen heeft – Hij is God – die de aarde geformeerd en haar gemaakt heeft, Hij heeft haar gegrondvest; niet tot een baaierd heeft Hij haar geschapen, maar ter bewoning heeft Hij haar geformeerd”. (Jes. 45:18) Een andere profeet zegt: “Het ene geslacht gaat en het andere geslacht komt, maar de aarde blijft altoos staan”. (Spreuken 1:4) Jezus zei in zijn Bergrede: “Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.” (Math.5:5) Al deze uitspraken maken duidelijk dat het niet de opzet van God is om ooit de aarde zelf te vernietigen maar dat ze bedoeld is als een woonplaats voor de mens.

Het woord “wereld” wordt in de Bijbel net zo bedoeld als we het tegenwoordig gebruiken: niet als de aarde maar als alle volkeren op aarde, de wereldgemeenschap in het algemeen. Als we bijvoorbeeld zouden lezen dat de wereld geschokt is door een oorlog tussen continenten, interpreteren we dit ook niet alsof letterlijk bergen omvallen of de aardkorst wordt aangetast. De Bijbel gebruikt deze zelfde manier van woordkeuze wanneer het de rampen voorspelt die in de huidige periode gebeuren en nog zullen gebeuren. Gebeurtenissen waardoor de bestaande sociale wereldorde vernietigd zal worden om plaats te maken voor het messiaanse koninkrijk.

De term “wereld” betekent in de Bijbel ook een tijdperk. Een aantal verschillende werelden, of tijdperken, worden in de Bijbel vermeld. Er wordt ons bijvoorbeeld verteld dat de wereld eindigde als gevolg van de zondvloed. Toch werd de aarde zelf niet vernietigd. De Bijbel zegt ook dat er na de zondvloed een nieuwe wereld begon die uiteindelijk vernietigd zal worden bij de tweede komst van Christus. Dan komt er nog een wereld die begint bij het einde van de huidige. Deze laatste zal oneindig blijven bestaan. Deze derde wereld zal eeuwig bestaan. Het is de wereld die gesticht zal worden door de invloeden van het messiaanse koninkrijk.

Ieder van deze werelden die, zoals we zullen zien, allemaal op deze planeet, de Aarde, bestaan hebben of nog zal komen, worden door de apostel Paulus onderverdeeld in hun geestelijke en materiele eigenschappen en symbolisch worden aangeduid met “hemel” en “aarde” (2 Petr.3) Het mag overduidelijk zijn dat het taalgebruik van de apostel in dit hoofdstuk eerder figuurlijk bedoeld is dan letterlijk. Zou dat niet zo zijn dan moeten we wel tot de bizarre conclusie komen dat de Schepper, als we het letterlijk zouden nemen, Zijn hele universum wil vernietigen. Petrus zegt namelijk dat “de hemelen met gedruis” voorbij zullen gaan.

In deze profetie gebruikt hij het symbool van vuur om de vernietigende gebeurtenissen te beschrijven die een einde zullen maken aan de huidige wereldorde, die wordt beheerst door het kwaad. Deze gebeurtenissen zuiveren de huidige orde en bereiden de weg voor de stichting van het Koninkrijk van God: “de nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.”

Petrus vertelt ons ook dat de elementen “in vlammen zullen opgaan en zullen smelten.” Dat hij hier niet de elementen zelf mee bedoelt, wordt ook duidelijk in Galaten 4:9. In beide teksten wordt het oorspronkelijke Griekse woord “stoichea” (element of elementair) gebruikt. Paulus verwijt de christenen in Galaten dat ze zich weer tot die “zwakke en armzalige wereldgeesten (elementen) wenden.”

Symbolen van Landen

Een interessant voorbeeld dat het woord aarde, wanneer het in de Bijbel wordt gebruikt, niet altijd letterlijk de aarde betekent waar wij op leven, vinden we in Daniel 7:23. In dit boek vertelt de profeet over een groot en vreselijk beest dat de hele aarde zal “verslinden, haar zal vertreden en vermorzelen.” Als we het letterlijk zouden nemen zou dit wel een erg sterk verhaal zijn: waar zou dit beest dan moeten staan als het de hele aarde opeet? Het verhaal geeft duidelijk aan dat het beest, net zoals de aarde, in dit geval symbolisch is bedoeld.

Het is bekend dat op de vaandels van veel landen, in het verleden maar ook nu nog, symbolen die op dieren lijken worden gebruikt. De Farao‘s uit het oude Egypte gebruikten de leeuw om hun autoriteit en macht te tonen. Engeland heeft de leeuw in haar vaandel om exact dezelfde redenen. Verder zijn er de Chinese draak, de Russische beer en de Amerikaanse arend. Dit zijn voorbeelden die laten zien hoe landen het uitbeelden van eigenschappen van dieren figuurlijk gebruiken.

De Bijbel doet dit op dezelfde symbolische wijze om verschillende wereldmachten in de loop van de geschiedenis aan te duiden. Zo zien we dus in het bovenstaande verhaal dat de aarde, in dit geval een symbool voor de georganiseerde maatschappij, wordt verzwolgen door een beest. Het is een toepasselijke afbeelding van een egoïstische heersersklasse die voor eigen gebruik zich de welvaartsbronnen van de wereld toe-eigenen. Veel mensen weten dat deze omstandigheden nu eenmaal bestaan en zien dat de afbeeldingen precies bij desbetreffende landen passen. Waarom zouden we het dan moeilijk of bijzonder vinden wanneer we dit ook terugvinden in de Bijbel? Het is de manier waarop God het ons aantoont.

Een berg als symbool komt ook veelvuldig in de Bijbel voor. Het stelt in die gevallen een koninkrijk voor. Het kan één koninkrijk zijn maar ook verschillende of het in de volgende periode komende messiaanse koninkrijk.

De zee, wanneer het symbolisch wordt bedoeld in de Bijbel, stelt de massa‘s van de verschillende volken voor. Zo is een woeste zee, de ongedurige, het symbool van de ontevredenheid van de bevolkingen. (Jesaja 17:12-13) Een van de profetieën in de Bijbel die betrekking hebben op de hedendaagse gebeurtenissen op aarde, heeft het over bergen die in de zee storten. Dit is een goed voorbeeld van wat we zien. Sommige van de sterkste koninkrijken zijn in de loop van de eeuwen door revolutie en massabewegingen gevallen of hebben hun, aanzienlijke, macht verloren. Andere wereldmachten krijgen het intern steeds moeilijker om hun positie te behouden door de toenemende ontevredenheid van de bevolking en de steeds sterkere protesten.

Een voorbeeld van het symbolische gebruik van de zee in de Bijbel, waar het proces van desintegratie waardoor de wereld wordt vernietigd wordt beschreven staat, lezen we in Psalm 46:3. ”Daarom vrezen wij niet, al wankelt de aarde en storten de bergen in het diepst van de zee. Laat de watervloed maar kolken en koken, de hoge golven de bergen doen beven.” (vert. NBV) Wat hier geschreven staat kan moeilijk letterlijk worden opgevat. Als de aarde zich al zou verplaatsen of verwoest worden, dan kunnen er geen bergen in de zee storten want er zou geen zee zijn, waar zich bergen in zouden bevinden. Later verklaart de profeet in vers 7 gedeeltelijk de symboliek wanneer hij schrijft: “Volkeren woedden, koninkrijken wankelden, Hij (God) verhief zijn stem, de aarde versmolt.”

Dat het smelten van de aarde waar wij op leven niet letterlijk is bedoeld wordt bewezen in de afsluitende verzen van het hoofdstuk. De profeet toont aan dat het verplaatsen of smelten van de aarde verwijzen naar de vernietiging van de oorlogszuchtige overheden voorafgaand aan de stichting van het koninkrijk van God: “die oorlogen doet ophouden tot het einde der aarde, de boog verbreekt, de lans stukslaat, de strijdwagens met vuur verbrandt. Laat af en weet, dat Ik God ben; Ik ben verheven onder de volken, verheven op de aarde.

In deze profetie in Psalm 46, zien we een ongebruikelijk voorbeeld van de manier waarop het begrip “aarde” in de geschriften wordt gebruikt. In vers 3 staat van de aarde: “al zou ze zich verplaatsen”, in vers 7 smelt ze en in vers 11 bestaat ze nog altijd en staat dat God op de aarde is verheven. Over deze nieuwe periode staat: “Ik ben verheven onder de volken, verheven op de aarde”. We kunnen ons zeker verheugen over de vele bewijzen, die de tijd van de naderende komst van Christus als Koning aankondigen, en waarin de periode van zonde en dood zal eindigen. We gaan in het volgende hoofdstuk meer van deze voorspellingen en tekenen onderzoeken.



Hoofdstuk VI

Tekenen van het komende einde

De geschriften tonen duidelijk aan dat het einde van de wereld niet het letterlijke einde van de planeet betekent maar slechts het einde van de huidige periode. Een periode van zonde, zelfzucht en dood. Om die reden zou ieder bewijs, of het nu profetisch is of uit een andere bron komt, dat de nabijheid van de nieuwe wereldorde aantoont, als goed nieuws beschouwd moeten worden.

Dikwijls hebben goedbedoelende, maar slecht geïnformeerde volgelingen van godsdiensten, de wederkomst van Christus te vroeg aangekondigd. Het is jammer dat ze volkomen verkeerd de manier waarop en de bedoeling van deze komst hebben begrepen. Dit moet ons er echter zeker niet van weerhouden om de profetieën te onderzoeken die deze belangrijke gebeurtenis aankondigen. We moeten juist de Bijbelse profetieën goed bestuderen omdat we, als het mogelijk is, precies kunnen bepalen op welk moment we ons nu bevinden. Nog interessanter is wat de profeten voorspellen over de tijd waarin we nu leven. Als bewezen wordt dat de Bijbel de wereldgebeurtenissen uit het verleden en die van onze tijd nauwkeurig beschrijft, is dit een goede reden om ook vertrouwen te hebben in de aankondigingen over wat de toekomst brengt.

Toen Jezus nog op aarde leefde, vroegen zijn discipelen Hem wat het teken zou zijn van zijn wederkomst en dat van het einde van de wereld of periode. Hij antwoordde door een aantal heel specifieke tekenen te noemen aan de hand waarvan Zijn volgers de laatste dagen van deze wereld konden herkennen. Een van deze tekenen ging over het zaad van Abraham: het Joodse volk. Jezus zei: “… en Jeruzalem zal door heidenen vertrapt worden, totdat de tijden der heidenen zullen vervuld zijn.” (Lucas 21:24) Hij gebruikte de hoofdstad van Israël, Jeruzalem, als voorbeeld voor de hele natie. Met de heidenen duidde hij de wereldse overheden aan, die het volk en het land van Palestina gedurende een bepaalde tijd zouden regeren.

De onderwerping van de Joden aan deze overheden begon meer dan zes eeuwen voor de komst van Jezus. Het was, om exact te zijn, in het jaar 606 voor Christus toen Nebukadnezar het volk als gevangenen naar Babylon voerde. In het tweede hoofdstuk van het Boek Daniël, staat een verslag van een aantal gebeurtenissen tijdens het begin van deze wereldse overheersing. Nebukadnezar was de koning van Babylon en God gebruikte een erg tot de verbeelding sprekende manier om aan te tonen dat met deze koning de periode begon die Jezus: “de tijden der heidenen” noemde.

De Voorspelling van De Vier Wereldmachten

Nebukadnezar had een droom die hij zich, na het wakker worden, niet meer kon herinneren. Hem werd aangeraden om Daniël, een Joodse gevangene, te ontbieden. Hij kon de koning niet alleen zijn droom vertellen maar ook de betekenis ervan.

Daniël legde uit dat de koning in de droom een beeld dat op een man lijkt had gezien. Dit beeld had een hoofd van goud, de borst was van zilver, de buik en lendenen waren van koper, de benen van ijzer en zijn voet waren deels van ijzer en deels van leem.

In de loop van de droom zag de koning een steen die, zonder dat er handen werden gebruikt, uit de berg werd gehouwen. Deze steen rolde tegen de voet van het beeld waardoor het viel. Nadat het op de grond was gevallen, werd het tot poeder vermalen en de wind blies het weg als koren in de zomer op een dorsvloer. Vervolgens begon de steen, die het beeld had vermorzeld, te groeien tot het een grote berg werd die de hele aarde vulde. (Daniël 2:36-45).

De uitleg die Daniël van deze vreemde droom gaf is een van de meest opvallende in de hele Bijbel, in die zin dat het een precieze voorspelling was van de niet-Joodse geschiedenis. Het begint met de Babylonische heerschappij en het verdere verloop van de opkomst en ondergang van de wereldmachten door de eeuwen heen. Het loopt door tot zelfs de dag van vandaag. In deze goddelijke uitleg van de droom zegt de profeet dat het Babylonische rijk het hoofd van goud uitbeeldt. Daniël zei tegen de koning van Babylon: “Gij, o koning, koning der koningen, aan wie de God des hemels het koningschap, macht, sterkte en eer geschonken heeft, ja, in wiens hand Hij de mensenkinderen, waar zij ook wonen, de dieren des velds en het gevogelte des hemels heeft gegeven, en die Hij tot heerser over die alle heeft gemaakt – gij zijt dat gouden hoofd.” (Daniël 2:37,38)

Voor deze tijd had God alleen de Joodse natie bevoordeeld en erkend. Maar nu de Joden onderdanen van Babylon waren gemaakt werd de koning van Babylon door God erkend als de eerste, van een lange lijn van niet-Joodse regeerders, die de Joden een lange tijd onder als onderdanen onder controle zou houden. Dit was dus het begin van de periode van niet-Joodse regeringen.

Daniël stopte echter niet met zijn uitleg van de droom en de profetie met de opmerking dat Babylon het hoofd van goud was. Hij ging verder en vertelde Nebukadnezar dat met de val van zijn koninkrijk er een ander, tweeledig koninkrijk zou verrijzen. Dit bleek het Medo-Perzische rijk te zijn dat Babylon een aantal jaren later zou veroveren. Hij noemde ook een derde rijk, waarvan de buik en de lendenen van koper waren. Dit rijk was, zoals de geschiedenis aantoont, het Griekse, dat Medo-Perzië versloeg. Het had als wereldmacht een bijzonder grote reputatie.

Daniël ging nog verder: hij voorspelde de komst van het grote, militaire (ijzeren) rijk van Rome. Hij gaf zelfs aan dat het uit twee delen zou bestaan: Oost- en West-Rome met respectievelijk de hoofdsteden Constantinopel en Rome. Rome was echt een ijzeren rijk.

In zijn voorspelling van de volgorde van de opeenvolgende wereldmachten, voordat deze wereld zou eindigen, stopte hij precies op het juiste moment. Hij noemde er maar vier. Hij beschreef niet het vijfde, niet-Joodse, wereldrijk. Hij voorspelde op een bijzonder accurate manier de geschiedenis en dit meer dan tweeduizend jaar voor de gebeurtenissen zelf!

De betrouwbaarheid van iedere geschiedkundige hangt af van zijn nauwkeurigheid en dat was Daniël, zelfs wanneer hij de geschiedenis in de toekomst beschreef. Om die reden kunnen we hem vertrouwen, zoals ook Jezus deed, toen Hij hem in Mattheüs 24 aanhaalde. Het is deze zelfde Daniël die de gebeurtenissen tijdens onze periode beschrijft. We zullen dit ook zien, als we verdergaan met ons onderzoek. Als hij door de goddelijke gave van het vooruitzien, de toekomst van de belangrijkste wereldgebeurtenissen meer dan twee duizend jaren van tevoren exact kon voorspellen, dan moeten we hem ook kunnen vertrouwen in wat hij zegt over de zaken die nog moeten komen.

Laten we nu teruggaan naar de uitleg van de droom en het beeld. In de periode dat het Romeinse Rijk haar macht begon te verliezen was er geen andere macht in staat om haar plaats als dictator over de wereld, over te nemen. Rome als wereldmacht viel uit elkaar in kleinere staatjes of koninkrijken. Op deze manier zijn de voeten en de tenen van het beeld, met een samenstelling van kleiachtige leem gemengd met ijzer, die per definitie zich niet kunnen vermengen, een aansprekende voorstelling van de werkelijke gebeurtenissen in de nadagen van de militaire suprematie van Rome.

De profeet gaat vervolgens verder met zijn uitleg. De steen die zonder het gebruik van handen uit de berg is gehouwen en het beeld tot op zijn voeten vermorzelde, groeide vervolgens uit tot een grote berg die de hele aarde zou vullen. Deze steen beeldt ten eerste de macht en autoriteit van God uit. Die brengt een einde aan de macht, die hen door God was gegeven, van de niet-Joodse volkeren die over Israël heersten; ten tweede beeldt het de komende vestiging van een nieuw koninkrijk uit. Dit gebeurt in de periode van de dagen van de voeten en de tenen. Deze periode is onze tijd waarin de wereld is onderverdeeld in allerlei staten en koninkrijken. Daniël verzekert ons ook dat het nieuwe koninkrijk: “zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid”. (Daniël 2:44)

De droom, die een profetie was, is nu helemaal uitgelegd. We zien de beschrijving, in volgorde, van de opeenvolgende niet-Joodse wereldrijken die over Israël heersten. Het begon met Babylon, liep door de eeuwen heen tot de val van Rome en het eindigt met de afbraak, door de komst van het koninkrijk van God, van iedere staat of koninkrijk in deze wereld.

In de waarschuwing van God aan Israël dat er “zeven keer” een periode van straf zou zijn, vinden we een sleutel die aangeeft hoe lang de niet-Joodse overheersing zou duren. (Lev. 26:18,21,24,28) De meeste onderzoekers van de profetieën en hun tijdsduur in de Bijbelse tijd, zijn het erover eens dat een tijd, of een jaar, in de symbolische taal 360 echte jaren betekenen en dat de zeven tijden van de niet-Joodse overheersing van Israël daardoor 2.520 jaar omvat. Als we tellen vanaf 606 jaar voor Christus, het jaar dat de Joden in ballingschap naar Babylon werden gevoerd, komen we uit op het jaar 1914 na Christus.

We moeten ons realiseren dat de periodes van de Bijbelse profetieën alleen belangrijke momenten of veranderingen aangeven, die onafhankelijke landen treffen. Daarbij komt ook dat dit alleen geldt voor zover het een verband heeft met het plan van God. Het einde van de niet-Joodse periode, in 1914, was het keerpunt tussen de oude en de nieuwe wereld. De oude wereld werd stervende en maakte daarmee de weg vrij voor de nieuwe. We moeten echter niet verwachten dat er van alles tegelijkertijd zal gebeuren maar we kunnen al wel zien dat er duidelijk grote veranderingen zijn in het nationale en politieke landschap.

Wereldveranderingen in Ontwikkeling

Jezus zei, zoals we al eerder hebben aangehaald: “en Jeruzalem zal door heidenen vertrapt worden, totdat de tijden der heidenen zullen vervuld zijn.” (Lucas 21:24) We kunnen dus verwachten dat wanneer het einde van deze periode bereikt was, er een indicatie zou zijn van een verandering van de status van Israël onder de niet-Joodse machten. Deze indicatie was er ook. Als een direct gevolg van de eerste wereldoorlog, die in 1914 begon, waren de Joden niet langer een volk zonder erkenning. Zij kregen toestemming om naar Palestina terug te keren om hun land weer op te bouwen. De nieuwe staat Israël, is officieel erkend door de andere staten.

Het is waar dat in de laatste decennia de Joden opnieuw aan een grotere vervolging bloot staan, maar ook dit is in overeenstemming met de profetieën over de periode waarin ze onder de goddelijke gunst zouden vallen. De profeet Jeremia voorspelde dat God vele jagers op hen zou afsturen om ze te verdrijven. (Jer. 16:16) Ook is voorspeld dat God uiteindelijk in zal moeten grijpen om ze tegen hun vijanden te beschermen, zelfs nadat ze zich in het Heilige Land hebben gevestigd. (Jer. 30:3,5,11)

De vele veranderingen die de wereld heeft gekend sinds het einde van de niet Joodse periode in 1914, zijn zo ingrijpend geweest dat bekende staatkundigen en schrijvers naar deze vooroorlogse periode verwijzen als: de oude orde. Ze noemen vervolgens de huidige periode als de overgangsfase die leidt naar de nieuwe orde. Omdat de diverse uitspraken over het einde van de wereld niet het letterlijk verbranden van de aarde betekent, moeten de verwijzingen daarnaar niet gezien worden alsof ze allemaal op een en dezelfde dag gebeuren. We kunnen dagelijks merken dat de oude wereld aan zijn einde komt en er zijn genoeg bewijzen om te kunnen zien dat de nieuwe wereld, of periode, dichterbij komt.

Deze nieuwe periode of wereldorde wordt in de Bijbel beschreven als “het Koninkrijk van Christus” of als ”het koninkrijk van God”. Het is een goddelijke regering die de huidige, onvolkomen, regeringen op aarde zal vervangen. De Bijbel geeft veel verschillende titels of benamingen voor de nieuwe Koning van de aarde. Een ervan is Michael, wat betekent: “zoals God”. Deze titel geeft aan dat de nieuwe koning de vertegenwoordiger van God is, de Schepper. De profeet Daniël zegt: “…zal de God des hemels een koninkrijk oprichten.” (Daniël 2:44) Het is waar dat dit nieuwe koninkrijk er voor alle mensen zal zijn maar het vertegenwoordigt God, de Schepper en het wordt geleid door een goddelijke autoriteit en macht, die Zijn wetten zal toepassen. Er zullen geen verkiezingen voor de bewoners worden uitgeschreven maar de stichting ervan en het succes zal ook niet afhangen van menselijke wijsheid of kunde. Het is deze Michaël, die ook de Messias is en de vertegenwoordiger van God, naar wie verwezen wordt in die bijzonder accurate profetie van Daniël in hoofdstuk twaalf. In dat hoofdstuk worden we geïnformeerd over de tijd dat Michaël zal opstaan en het beleid over de wereldse zaken zal overnemen.

De profeet vermeldt daarbij dat de eerste gevolgen hiervan: “…een tijd van grote benauwdheid zal zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan, tot op die tijd toe.” (Daniël 12:1) Wie zegt ons dat we niet nu, in deze decennia, door in ieder geval een gedeelte van deze moeilijke tijd gaan? In Lucas 21:26 citeert Jezus de profetie van Daniël en legde uit dat omwille van deze voorspelde tijd van benauwdheid: ”… terwijl de mensen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen”.

De apostel Paulus geeft ons verdere waardevolle informatie over de hedendaagse ontwikkelingen in de wereld en met name over de vernietigende gebeurtenissen die nu al in de wereld gaande zijn. Hij noemt eerst de tijden en de seizoenen en het feit dat, terwijl de mensheid niets beseft over de ware betekenis van wat er nu gebeurt, de volgelingen van Christus dit precies weten. Hij schrijft in 1 Thess. 5:1-4: “Maar over de tijden en gelegenheden, broeders, is het niet nodig, dat u geschreven wordt: immers, gij weet zelf zeer goed, dat de dag des Heren zó komt, als een dief in de nacht. Terwijl zij zeggen: het is (alles) vrede en rust, overkomt hun, als de weeën een zwangere vrouw, een plotseling verderf, en zij zullen geenszins ontkomen. Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief overvalle”.

Het is bij veel mensen bekend dat de algemene drang naar vrede onder de landen en de volkeren op aarde, die uitkeken naar het uitbannen van oorlogen, op een aparte manier in het begin van de twintigste eeuw begon. Verenigingen die zich inzetten voor vrede en vredesconferenties zijn pas vanaf het allereerste begin van de twintigste eeuw opgericht en georganiseerd. Dit soort initiatieven waren bij eerdere generaties bijna onbekend. Was het alleen maar toeval dat met al deze inspanningen om tot vrede te komen, de meest verwoestende oorlog aller tijden versneld zou beginnen? Is het niet eerder een duidelijk uitkomst van de voorspelling van Paulus dat er een plotselinge vernietiging zou komen wanneer de naties een initiatief zouden beginnen om tot een algehele vrede te komen?

De Weeën van Onrust Vervullen de Profetieën

Let op de manier waarop deze vernietigende onrust over de oude wereld zou komen: het is net als de barensweeën van een vrouw. Iedere moeder weet wat dat betekent. Weeën komen met pijnlijke steken met daartussen periodes van verlichting. De opeenvolgende periodes van verlichting worden meestal steeds korter en de pijnsteken steeds erger tot het kind is geboren. Tot nu toe volgt deze lange periode vol met onrust en onzekerheid, die eindigt met de geboorte van de nieuwe wereld, precies hetzelfde patroon. Het is uitgedrukt in een Bijbelse vergelijking met barensweeën.

De Eerste Wereldoorlog

Als eerste, precies aan het einde van de periode van de niet Joodse periode, begon de eerste wereldoorlog met al haar afschuwelijke ontberingen. Deze oorlog had een verzwakkend effect op de beschaving. De oorlog eindigde maar de gevolgen bleven. Het zou de oorlog zijn die alle oorlogen zou doen verdwijnen. Vanaf het moment dat de wapenstilstand werd getekend, begonnen de landen zich alweer voor te bereiden op een nieuwe oorlog, die uiteindelijk in 1939 zou uitbreken.

De oorlog van 1914 zou de wereld democratie brengen maar had als gevolg dat in de periode daarna Duitsland failliet ging en in de jaren daarna een dictatuur werd. In andere koninkrijken vluchtte de koning of werd hem zijn gezag ontnomen. Tegelijkertijd werden duizenden mensen miljonair, die een andere profetie vervulde namelijk: rijkdommen verzamelden voor de laatste dagen. Het was echt een kramp die over de wereld kwam en die plotseling begon en dan weer eindigde. Toen de oorlog eindigde was de wereld gelukkig, intens gelukkig, tenminste voor een dag. Ze had geen enkel besef dat deze oorlog slechts het begin was van een reeks van krampen. Deze waren voorzien om de geboorte voor te bereiden van een volledig nieuwe maatschappelijke orde.

Ontspanning en Verdere Krampen

Eerst kwam er een ontspanning. Er kwam weer bloei en voorspoed en iedereen sprak over de normalisering van de dagelijkse gang van zaken. Men was weer opgelucht. De polsslag van de zieke wereld leek normaal, dat zeiden in ieder geval de welgestelde politieke dokters. Ze verkondigden vol trots dat de patiënt, dankzij hun vakkundige behandeling, weer gezond was. Helaas, hoe kortzichtig is de mens. Deze artsen begrepen niet dat dit een barenswee was die bij een nieuwe geboorte hoort. Ze wisten niet dat de niet Joodse tijd voorbij was en dat de dagen van de macht van de meeste koningen op aarde voorbij was. Om die reden keken ze met hoop uit naar een voortzetting van de oude orde.

Toen kwam ineens in de herfst van 1929 en met weinig waarschuwing, het begin van de tweede grote contractie. Net zoals de eerste was het wereldwijd. De koersen op handelsbeurzen stortten binnen een dag in elkaar en ze bleven zakken tot in 1932. Bedrijven gingen failliet. Om een veilige haven te zoeken verlieten velen de aandelenmarkt en brachten hun geld naar de banken die toch al in problemen verkeerden. Omdat leningen niet meer konden worden afbetaald gingen ook zij failliet. Sommigen kochten goud. De Amerikaanse overheid stelde echter noodmaatregelen in en het goud moest weer omgewisseld worden naar papieren geld. Duizenden fabrieken moesten sluiten en miljoenen mannen en vrouwen verloren hun baan. In bijna iedere stad waren er wachtrijen voor een brood. De arme wereld begon zich te realiseren dat het zich in een stuiptrekking bevond die zelfs nog meer ellende met zich meebracht dan de eerste die al zwaar was geweest.

Andere Weeën

De depressiekramp trof de hele wereld en de dokters van de maatschappij begonnen weer aan de patiënt te werken. Ze probeerden veel remedies uit en in bijna elk geval werd een er direct succes gemeld. In Amerika verkondigden ze zelfs dat de depressie over was terwijl er nog altijd het trieste feit bestond dat er meer dan tien miljoen mensen, mannen en vrouwen, zonder werk waren. Dit was net voordat een grootscheeps defensieprogramma werd gelanceerd.

Maar net zoals bij een geboorte, leken de weeën steeds korter na elkaar te komen en er kwam weer een andere en zelfs nog afschuwelijkere oorlog tussen de landen. Het was een revolutionaire oorlog, een strijd tussen dictators en democratieën en beide kanten zouden dit uitvechten tot het bittere einde. De fascistische en nazi dictaturen werden vernield maar de mensheid werd nu bedreigd door het gevaar van atoombommen.

Dikwijls wordt door degenen, die weinig of geen geloof hechten in de profetieën, het argument gebruikt dat deze gebeurtenissen alleen de geschiedenis is die zich weer herhaalt. Voor bijbelonderzoekers zijn ze juist een teken dat het einde naderbij komt. Laten we wel goed tot ons doordringen dat alles wat tot nu toe is beschreven niet eerder geziene gebeurtenissen in de wereldhistorie waren. Gebeurtenissen die nog nooit beschreven waren in de annalen van de menselijke geschiedenis. Dit is in het bijzonder het geval bij de bewijzen die we in de volgende profetie zullen tegenkomen.

Toenemende Kennis

In hetzelfde hoofdstuk 12 van de profetie van Daniël, voorspelt de profeet de huidige periode van onrust en conflicten die met de dag erger worden. Hij geeft ons verdere waardevolle en opvallende informatie over de eindtijd waarin we nu leven. Het wordt ook in dit hoofdstuk “de eindtijd” genoemd.

Het is nu duidelijk dat wanneer Daniël spreekt over het einde der tijden hij een referentiepunt heeft. Dit heeft geen betrekking tot de komende vernietiging van de aarde maar het einde van de niet Joodse overheersing over Israël. Er staat in de Hebreeuwse tekst (en in vele andere vertalingen) van vers 4: “velen zullen heen en weer rennen en de kennis zal vermeerderen.” Dit is simpel gezegd maar met wel een diepgaand inzicht. Het is pas sinds kort dat mensen letterlijk heen en weer reizen. We zijn nu een wereld van reizigers geworden. Hoe is dit gekomen? Door een nog nooit geziene vermeerdering van kennis die, het onder andere, mogelijk maakt om op allerlei manieren alleen over de wereld te reizen, net zoals de profeet had voorspeld.

Isaac Newton, een bekende filosoof en gelovige die in de achttiende eeuw leefde, onderzocht de deze profetie van Daniël en baseerde hierop zijn stelling dat er een tijd zou komen dat mensen wel 80 kilometer per uur zouden halen tijdens hun reizen. Voltaire daarentegen, ook filosoof, had er plezier in om Newton neer te zetten als een dom iemand om dit soort voorspellingen te maken en dan nog eens gebaseerd op de Bijbel. Het zou interessant zijn om te horen wat Voltaire zou zeggen als hij nu uit de slaap van de dood zou wakker worden.

Als we vandaag 80 km/u op de snelweg rijden worden we voorbijgereden en 900 km/u is een normale snelheid voor een vliegtuig. Zij die dezelfde ideeën als Voltaire over het absurde van de Bijbelse profetieën maar die wel de uitkomst ervan zien, zouden er baat bij hebben om er nog eens goed over na te denken.

De jongste generaties hebben de neiging om te vergeten dat de onderzoeken en proeven, waardoor allerlei bijzondere en praktische uitvindingen op bijna ieder gebied tot stand zijn gekomen, pas iets meer dan 100 jaar geleden begonnen zijn. Aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw wisten onze grootouders en zeker op hun beurt, hun ouders nog weinig of niets van deze ontwikkelingen. Toen er voor het eerst treinen reden verklaarden veel intelligente mensen dat de spoorweg een uitvinding van de duivel was om de onsterfelijke zielen naar de hel te brengen.

Als zelfs een professor honderd jaar geleden geleerd zou hebben dat er een tijd zou komen dat we vanuit ons huis zouden communiceren met mensen aan de andere kant van de oceaan, of zelfs over de hele wereld, zonder zelfs een draad of andere zichtbare geleiders te gebruiken, dan zouden zijn vrienden gezegd hebben: “arme man, het is jammer dat hij veel te hard heeft gestudeerd”. Kijk nu eens naar onze tijd, we vinden al deze zaken heel normaal zonder ons te realiseren dat ze de uitkomst zijn van een goddelijke profetie.

Het was ongeveer 150 jaar geleden niet ongebruikelijk dat leden van het Britse parlement niet in staat waren om zelfs een handtekening onder een belangrijk document te zetten. Wat zouden we nu zeggen als een tien jaar oude kind niet kon lezen of schrijven? Laten we niet vergeten dat een profetie voorspeld heeft dat deze enorme groei in kennis in deze laatste periode, de eindtijd, zou plaatsvinden. (Daniël 12:4)

De Verzameling van de Volkeren

Laten we nog naar een andere profetie kijken die een nauw verband heeft met de periode waarin we nu leven. Het geeft aan dat we echt getuigen zijn van de laatste gebeurtenissen van de donkerte en het verdriet van de dood in deze wereld.

De profetie luidt: “Daarom, wacht op Mij, luidt het woord des Heren, ten dage dat Ik zal opstaan tot de buit; want mijn vonnis is, volken te vergaderen, koninkrijken te verzamelen, over hen mijn gramschap uit te gieten, heel mijn brandende toorn, want door het vuur van mijn naijver zal de ganse aarde verteerd worden.” (Sefanja 3:8)

Het belangrijke in deze profetie, die de periode van de vervulling aanduidt, is het “vergaderen van de volkeren.” Iedereen weet dat pas sinds een aantal decennia, uitvindingen en vooruitgang alle volkeren dusdanig bij elkaar hebben gebracht dat niet één in een volledige isolatie kan voortbestaan. Eerst was er de Volkerenbond. Vervolgens was er de conferentie van zesenzestig landen die in 1933 in Engeland werd gehouden. Hoewel deze hun doel niet hebben kunnen waren maken, is het toch een goed voorbeeld van hoe de gezamenlijke landen feitelijk bij elkaar zijn gekomen in een kleine, interactieve groep in de periode van het naderende einde van de deze tijd.

Deze conferentie in Londen was bijeengeroepen omdat men inzag dat als de landen niet een soort van gezamenlijke economische en monetaire politiek zouden voeren, de volledige basis onder de beschaving zou verdwijnen. Jammer genoeg werd er geen echt resultaat bereikt. Het gevolg was dat er een idiote bewapeningsrace begon die in 1939 zou uitmonden in een nieuwe wereldoorlog. Na deze oorlog werd de meest imposante vergadering ooit van alle landen in San Francisco gehouden: De Verenigde Naties. Het doel was een nieuw verdrag voor vrede te sluiten.

De profeet Sefanja had een volledige mislukking van deze bijeenkomsten in de eindtijd voorspeld. De reden die hij hiervoor geeft is dat voor God de tijd nog niet is gekomen om zijn gerechtvaardigde verontwaardiging uit te spreken over een zelfzuchtige en corrupte maatschappij. Een wereld die plichtmatig Zijn naam verkondigde maar opzettelijk Zijn wetten overtrad.

De profeet kondigde aan dat de wraak van God zich op een manier zou uiten alsof de hele aarde verslonden zou worden door het vuur van zijn jaloezie. Als de aarde door een wild beest zou verslonden kunnen worden, zoals we dit eerder hebben vermeld, dan kan zij ook door het vuur van Gods jaloezie verslonden worden. Dit taalgebruik is bij ieder symbolisch en betekent absoluut niet dat het over de werkelijke aarde, een werkelijk beest of een werkelijk vuur gaat.

Het symbool van het vuur verduidelijkt veel. In dit geval toont het de volledige vernietiging van het huidige bestel van zelfzucht aan, gevolgd door het koninkrijk van Christus dat aan de mensen de kans zal geven om terug te keren naar de verering van God en om zich in Zijn dienst te stellen.

Dat de profetie van Sefanja niet naar een letterlijke vernietiging van de aarde verwijst, noch van de volledige mensheid staat duidelijk in hoofdstuk 3:9 “Maar dan zal Ik de volken andere, reine lippen geven, opdat zij allen de naam des Heren aanroepen; opdat zij Hem dienen met eenparige schouder”. Het mag hieruit duidelijk zijn dat de mensen niet zullen verbranden maar een kans krijgen om naar God terug te keren en Hem te dienen nadat de symbolische aarde verbrand is door het vuur van Zijn jaloerse verontwaardiging: “de grote verdrukking.”



Hoofdstuk VII

HERSTEL -De Enige Hoop van de Wereld

Het volledige herstel van de mensheid waarin zij volledig gezonden gelukkig is, tijdens een eeuwig leven in een paradijselijke omgeving, is het uitgesproken doel van de Schepper zoals het in zijn Woord, de Bijbel, is opgeschreven. Rede vertelt ons dat ook zo moet zijn. Als God de aarde voor de mens schiep en de mens voor de aarde, dan zou het onlogisch zijn om te denken dat Hij vijandige krachten, die bedrog en opstandigheid vertegenwoordigen, zou toestaan om wanneer dan ook, Zijn liefdevolle plannen te dwarsbomen. Het zou ook vreemd zijn dat Hij verplicht een alternatief plan zou moeten bedenken om een paar van Zijn menselijke onderdanen naar een ander zijnsniveau te brengen.

Toen God de mens schiep en hem het wondermooie Eden als woonplaats gaf, was de opdracht: zich te vermenigvuldigen en de aarde te bevolken en erover te heersen. Tegen Adam en Eva werd niets gezegd over het naar de hemel gaan wanneer zij zouden sterven. Het was zelfs zo dat de dood voor hen helemaal niet in aanmerking kwam zolang zij gehoorzaam zouden blijven aan Zijn geboden.

Ze waren geschapen om op aarde te leven en niet om te sterven. Ze moesten de aarde en niet de hemel laten bevolken door hun nageslacht. Probeer je eens de schitterende en ideale omstandigheden op onze planeet Aarde voor te stellen, als zonde en dood niet op het toneel waren verschenen maar het oorspronkelijke paradijs van Adam zich over de hele wereld had uitgebreid, zoals God het had bevolen. Zie dat wereldomvattende paradijs voor je, bevolkt door een perfecte en volledig gelukkige menselijke familie, die stuk voor stuk het eeuwig leven hebben met de eeuwige goedkeuring van God. Dit waarlijke, gezegende geschenk dat nog aan de mens zal worden teruggegeven. Deze teruggave, dit herstel, is mogelijk geworden door de kruisdood van Jezus.

Beloften van Herstel

Toen God in het begin zei dat het zaad van de vrouw de kop van de slang zou vermorzelen, bedoelde Hij daarmee dat de resultaten van de werken des doods van de slang zouden vernietigd worden en de mens weer hersteld zou worden in de staat waarin hij was voordat hij God ongehoorzaam werd. Toen God tegen Abraham zei dat via zijn zaad alle families op aarde gezegend zouden worden was dit in werkelijkheid een belofte van herstel aan het nageslacht van Adam.

Toen de engel de geboorte van Jezus aankondigde met: “U is heden de Heiland geboren, namelijk Christus, de Here, in de stad van David.” (Luc 2:11) betekende dit dat de hele wereld een kans zou krijgen om bevrijd te worden van de dood en het eeuwige leven op aarde zou terugkrijgen.

Toen Jezus zijn discipelen leerde om te bidden: “uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde”, was dit om hen te herinneren aan het uiteindelijke en echte doel van het Koninkrijk van God: het herstel van wat de mens verloren had. Iedere Christen die zo heeft gebeden, heeft gevraagd om de levensomstandigheden van het paradijs weer te terug te brengen, of hij het beseft of niet.

Toen Jezus en Zijn apostelen aan alle trouwe Christenen beloofden dat zij mede-erfgenamen met Jezus zouden worden en met Hem zouden regeren, betekende dit uiteindelijk dat zij het geestelijke zaad van Abraham zouden delen, in het glorieuze werk van het uitdelen van de beloofde zegen van hersteld leven. (Op. 5:10). Als de Schriften ons over Jezus zeggen dat: “opdat Hij door de genade Gods voor eenieder de dood zou smaken, met heerlijkheid en eer gekroond.” (Hebr. 2:9) betekent dit dat de doodstraf, die ieder mens ontvangt omwille van de eerste zonde, op zijn tijd wordt opgeheven om op die manier voor iedere mens de poort te openen naar een nieuw leven op een aarde die weer perfect is gemaakt: “Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here.” (Rom. 6:23)

Om deze taak van het herstel te kunnen verrichten is de kerk, net zoals Jezus, tot een hoge positie verheven, zowel op het gebied van het innerlijk zijn, als van luister. Hoeveel beter is deze vorm van glorie voor de kerk van Christus, dan de theorie in de tijd van de donkere middeleeuwen die verkondigde dat God de wereld naar de kerk wou brengen zodat ze beschermd zou zijn voor het hellevuur.

Dit magnifieke werk van herstel, of wederopbouw volgt na de tweede komst van Christus.

De apostel Petrus refereert hieraan in Handelingen 3:19-23. Net voordat hij de woorden die in deze verzen staan geschreven had uitgesproken, had Petrus een man genezen die van kinds af aan verlamd was. Hij gebruikte deze genezing als een voorbeeld en grondslag voor wat hij de met toehoorders wou delen. Hij zei: “Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende; Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher.” Wat een alles omvattende profetie is dit: Het herstel van alles! Dit is een heel verschillend gevolg van de tweede komst van Christus dan de traditionele verdoemenis waarvan men veronderstelde dat die zou komen na Zijn terugkomst op aarde.

Een tijd van verkwikking zal komen voor “het aangezicht van de Heer” en er is geen doem of marteling. De uitdrukking “het (aan)gezicht) van” komt voort uit de Oosterse cultuur waar het iemand de rug toekeren een duidelijk teken is van afwijzing, Iemand aankijken daarentegen, betekent dat hij als vriend wordt beschouwd. Wat een betekenis geeft deze uitdrukking wanneer de apostel dit in zijn profetie gebruikt! God keerde Zijn rug naar Zijn menselijke schepping in de Tuin van Eden omdat Zijn wet was overtreden. “In Zijn gunst ligt het leven,” zegt de profeet (Ps. 30:5) maar de wereld verloor de gunst van God door zonde. Zoals een bloem verwelkt en sterft zonder licht en water, zo is het ook met de mens gegaan.

De Beloften zullen worden vervuld

Maar, terwijl God, figuurlijk gesproken, meer dan 6000 jaar Zijn rug naar de mens heeft toegekeerd, heeft Hij beloften gedaan over de tijd van zegeningen die zal komen en heeft Hij deze voorbereid. De wederkomst van Christus en de stichting van Zijn koninkrijk geeft de tijd aan wanneer begonnen wordt met het vervullen van deze beloften. Hierom zegt Petrus ons dat op dat ogenblik God Zijn gezicht naar de mensheid zal keren en dat als een gevolg daarvan de tijden van verademing over ons zullen komen.

Daarnaast zegt de apostel dat er tijden zullen komen, waarover de heilige profeten van God sinds het begin van de wereld gesproken hebben, waarin alles zal hersteld worden. Het was het perfecte leven op aarde dat de mens verloor en het is het perfecte leven op aarde dat hersteld zal worden. Hoe zou de wereld in de hemel hersteld kunnen worden als het daar nooit is geweest? Denk er ook aan dat Gods heilige profeten de komende tijd van zegeningen voor de angstige en stervende wereld van de mensheid voorspeld hebben! Heeft u zich ooit afgevraagd of er woestijnen opbloeien en vijgenbomen groeien in de hemel? Het is deze aardse omgeving waar de profeten van het Oude Testament over schreven. Nu kunnen we zien dat hun boodschappen inderdaad duidden op de aardse zegeningen van leven en geluk in het herstelde paradijs.

Het weer gezond maken door Petrus van een man die lam was, werd alleen maar gebruikt om met een feitelijke daad duidelijk te maken dat, wanneer het messiaanse koninkrijk eenmaal gesticht is, er eenzelfde herstel zal komen voor iedereen. Jesaja, bijvoorbeeld, zei dat wanneer het koninkrijk zou komen: “dan zal de lamme springen als een hert en de tong van de stomme zal jubelen” en: “Dan zullen de ogen der blinden geopend en de oren der doven ontsloten worden”. (Jes. 35) Deze zegeningen, die voortkomen uit het herstel, zullen niet alleen voor de ongelukkigen die verminkt en kreupel zijn, maar iedereen die dit wenst zal van deze voordelen genieten. Er is ook een spirituele blindheid die wordt weggenomen: “want de aarde zal vol zijn van kennis des Heren zoals de wateren de bodem der zee bedekken.” (Jes. 11:9; Jer 31:34)

Het messiaanse koninkrijk wordt in de profetie weergegeven als een berg. Het is dit berg-koninkrijk waarvan Daniël voorspelde dat het zou groeien tot het de hele aarde zou vullen. (Dan. 2:34,35,44) Deze zelfde berg wordt ook in het boek Micha genoemd:

“En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des Heren vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En volkeren zullen derwaarts heenstromen, en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem. En Hij zal richten tussen vele volkeren en rechtspreken over machtige natiën tot in verre landen. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren. Maar zij zullen zitten, een ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom, zonder dat iemand hen opschrikt; want de mond van de Here der heerscharen heeft het gesproken. (Micha 4:1-4)

De Laatste Dagen

De uitdrukking, “de laatste der dagen”, zoals we die in de voorgaande passage kunnen lezen, is een beschrijving van het einde van de periode op aarde van het koninkrijk van zonde en dood. Het is tegelijkertijd de periode waarin een nieuwe en betere overheid wordt gevestigd onder het directe toezicht van de Messias. Van het doemdenken over de laatste dagen tijdens de Donkere Eeuwen, is bewezen dat het volledig fout was wanneer het vergeleken wordt met deze en andere geschriften. De profeet schetst, om een voorbeeld te noemen, een volledig tegenovergesteld beeld dan het aanwijzen van de laatste dagen als een einde van alle hoop als ook de kans op bekering. Hij zegt dat God in die dagen de mensen Zijn wegen kenbaar zal maken en dat zij in Zijn voetsporen zullen volgen. Hun zelf- en oorlogszuchtige neigingen zullen ophouden te bestaan en ze zullen hun tijd besteden aan het streven naar vrede en samenwerking. Een land zal geen zwaard trekken tegen een ander land, noch zullen zij leren om oorlog te voeren.

De Bijbel onthult niet alle details van het messiaanse koninkrijk. Wel hebben we de verzekering dat, de goddelijke kracht en foutloze wijsheid die miljoenen hemellichamen heeft gecreëerd en hun ordelijke bewegingen beheerst, de koninklijke wijze waarop de kennis van Gods wet van wet en liefde gehandhaafd zal worden, zeker stelt. Dit zal over de volledige lengte en breedte van de aarde gebeuren, direct na het huidige debacle van menselijke zonde en zelfzucht.

De symbolen in Micha‘s profetie zijn natuurlijk gebaseerd op verschijnselen waarmee de profeet zelf bekend was. Als deze profetie vandaag geschreven zou worden zou het zonder twijfel gaan over onderzeeboten, vliegtuigen, gifgas en nucleaire dreigingen.

In die zin zijn de wijngaard en de vijgenboom het symbool van vrede en welzijn. Dit geeft ons voldoende verzekering dat de in dagelijkse behoeften en een goed leven voor iedereen, toegankelijk zullen blijven wanneer het koninkrijk van Christus volledig operationeel is. Een gezellig huis, hypotheekvrij, met een tuin en een garage voor de auto, is het beeld dat we vandaag zouden hebben van een dergelijk bestaan.

We halen een andere interessante profetie aan over de tijd van het herstel: “En de Here der heerscharen zal op deze berg voor alle volken een feestmaal van vette spijzen aanrichten, een feestmaal van belegen wijnen: van mergrijke, vette spijzen, van gezuiverde, belegen wijnen. En Hij zal op deze berg de sluier vernietigen, die alle natiën omsluiert, en de bedekking, waarmede alle volken bedekt zijn. Hij zal voor eeuwig de dood vernietigen, en de Here Here zal de tranen van alle aangezichten afwissen en de smaad van zijn volk zal Hij van de gehele aarde verwijderen, want de Here heeft het gesproken.” (Jes. 25:6-8)

Wat kunnen we nog meer vragen dan wat er in deze opbeurende profetie over het herstel is geschreven? Het zal een feest zijn: “de kostbaarheden van alle volken zullen komen en Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen.” (Hag. 2:8) Het feest symboliseert de voorzieningen tijdens het messiaanse koninkrijk die het leven teruggeven en in stand zullen houden.

De sluier symboliseert het op dat moment opheffen van de verblindende invloed van de “oude slang”. De profeet maakt ons duidelijk dat dit wordt mogelijk gemaakt omdat Satan wordt vastgebonden zodat hij de volkeren niet meer kan misleiden. (Openb. 20:1-3)

De dood zal, dankzij deze overwinning, verdwijnen! Jazeker, het was de dood die in de wereld kwam en het geluk van allen vernietigde. Echter “dat wat verloren was” wordt hersteld en daarom moet de dood vernietigd worden.

In Openbaringen 21:4 lezen we dat “de dood zal niet meer zijn”. Het probleem in het verleden was, dat we geprobeerd hebben om al deze glorierijke wereldse beloften, naar de hemel te verplaatsen. We zagen hierbij over het hoofd dat alleen enkele, de oprechte volgers in de voetstappen van de Meester in deze tijd, een hemelse beloning zullen krijgen.

Hoe gelukkig zullen de mensen dan zijn om de zegeningen van leven en verlossing te mogen aanvaarden. Lees wat de profeet hierover zegt: “En men zal te dien dage zeggen: Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen; dit is de Here, op wie wij hoopten; laten wij juichen en ons verblijden over de verlossing die Hij geeft.” (Jes. 25:9)

Hoeveel miljoenen mensen hebben inderdaad niet gewacht en verlangd naar een beter begrip van de ware God. En hoe velen hebben ook niet gehoopt en gebeden om de verlossing die Hij alleen kan geven. Ja, de wereld heeft gewacht op de dageraad van de gunst van Gods wederkomst, in een onwetendheid misschien, zonder een duidelijk idee te hebben over hoe en wanneer het zou komen. Echter, wanneer de verblindende invloeden van de aardsbedrieger zijn verwijderd en de kennis van Gods glorie de aarde zal vullen, dan zal de wereld haar God kennen en dadelijk vol enthousiasme met heel haar hart naar Hem terugkeren.

Gods Enorme Macht

Niemand mag zijn geloof laten wankelen door de enormiteit van de dingen waarvan God beloofd heeft dat Hij deze voor de mensen zou doen. Onthoudt wel dat we nu bespreken wat de almachtige Schepper van het universum heeft beloofd om te doen. De God die sowieso al het leven heeft gecreëerd, is volledig in staat om het te reproduceren zodat Hij zijn beloften kan waarmaken.

Dit herstel geldt voor zowel de doden als de stervenden. Het is deze macht die, tijdens de studie van de Bijbel over de opstanding, een grote rol speelt. De wonderbaarlijke doctrine van de opstanding uit de dood, wordt nietig verklaard door de traditionele theorie dat er geen dood bestaat. Hoe kan iemand uit de dood herrijzen tenzij hij dood was? Het was voor een verwarde wereld volledig onmogelijk om het simpele, maar een voor de zielverkwikkende, hoop van herstel te begrijpen, terwijl hun geest verblind werd door het traditionele denken van de onsterfelijke ziel. We kunnen nu, God zij dank, zien wat verlossing betekent. Dat het een wakker worden uit de dood betekent en een herstel van leven op aarde. De Bijbel beschrijft de dood als een in slaap zijn waaruit iedereen wakker wordt gemaakt en fris aan de ochtend van de nieuwe dag, die snel zal beginnen, kan beginnen. De goddelijke klok van de tijden geeft reeds het eerste uur van de dageraad aan en ondanks dat het nog erg donker is, komt het daglicht snel. Heel erg snel.

Het meest interessante van alles is het feit dat deze zegeningen van het leven gevende herstel, vlak om de hoek zijn. Het is ook niet nodig om een overvloed aan vertrouwen te hebben om het te geloven. De profeten in de Bijbel zijn zo accuraat geweest in hun voorspellingen over de huidige toestand in de wereld- de gebeurtenissen die direct voor de stichting van het koninkrijk van God zouden plaatsvinden- en over de vele zegeningen die al gekomen zijn waarvan velen tot een aantal jaren geleden niet hadden gedacht dat ze ooit mogelijk zouden zijn, dat het niet moeilijk is om te geloven dat deze zelfde goddelijke kracht en wijsheid, die de profetische uitingen geleid moet hebben over zaken die we nu normaal vinden, ook de leiding heeft gehad in het voorspellen van de wondermooie zaken die vlak voor ons liggen. Laten we ons verheugen op de inspirerende verwachting die voor ons ligt en laat het vooruitzicht van alle vreugde die komt, het ons mogelijk maken om geduldig de huidige beproevingen te doorstaan.

Het rijk van dood en zonde was een lange en slopende nacht voor de hele wereld. Voor ieder mens afzonderlijk gaat de tijd snel voorbij en in die periode heeft ieder een basis gelegd van een heel waardevolle les. Als we ons nu realiseren dat de wijze en liefhebbende Schepper de regering van het kwade juist heeft toegelaten, om ons begrip van Hem en Zijn wetten te vergroten. We kunnen rustig wachten en bidden op en voor het aanbreken van de nieuwe dag.

Laten we vooral niet vergeten-wat een zegening is dit toch!- dat zij die geen weet hadden van het goddelijk koninkrijk dat zal komen en zij die in een gelukzalige verwachting ervoor bidden, de zegeningen van de nieuwe dag net zo min zullen missen als zij die gedurende de hele overgangsperiode leven want allen die slapen zullen worden gewekt: “Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar zijn stem zullen horen, en zij zullen uitgaan…”. (Joh. 5:28)

Maar terwijl iedereen tijdens de nieuwe dag, die binnenkort komt, de volledige kans krijgt om naar God terug te keren en de zegeningen die er dan zijn, van een eeuwig leven, te kunnen ontvangen, wordt dit geschenk niet aan iedereen opgedrongen. Gehoorzaamheid aan de messiaanse wetten is een vereiste. Zij die niet willen gehoorzamen zullen vernietigd worden in wat de geschriften “de tweede dood” noemen. (Hand. 3:23; Openb. 20:13-15)



Hoofdstuk VIII

Gods Nieuwe Sociale Orde

“En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. En Hij, die op de troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw.” (Openb. 21:4-5)

Als we onze aarde, of iedere andere planeet in het oneindige heelal, zouden kunnen voorstellen die de goddelijke wet van de beweging van de planeten zou overtreden, dan weten we dat dit tot een complete vernietiging van de planeet zal leiden. De wetenschap kan tot de seconde precies een zonsverduistering voorspellen. Zij weet dat de banen van de hemellichamen bepaald zijn door een aantal vaststaande wetten die iedere keer weer dezelfde accurate resultaten geven.

Is het dan ook niet redelijk om te veronderstellen dat de mens, de hoogste op de ladder van Gods aardse schepsels en de enige die een besef heeft dat afgestemd is op wat goed en kwaad inhoudt, ook onder deze goddelijke wet valt? Het is zelfs zo, dat het de ongehoorzaamheid van de mens aan Gods wet was, dat hem deed verdwalen in het moeras van verdriet, lijden en dood. Alleen door gehoorzaamheid aan de goddelijke wil, kan de mensheid naar God en de zegeningen van leven en geluk terugkeren. Deze had ze door de zonde verspeeld.

Niemand mag echter denken dat welke poging ook in het heden, om aan Gods wet te gehoorzamen, ook Gods zegening zal ontvangen. Gods wet werd overtreden door de perfecte Adam, die zowel de kennis als de mogelijkheden had om beter te weten. Deze overtreding kostte hem het doodsvonnis. Zijn nageslacht is daardoor dat van een veroordeelde en stervende man. Het is dus voor de mens, in zijn verzwakte en stervende staat, onmogelijk om Gods wet niet te overtreden en hij is daardoor ook hopeloos verloren en niet in staat om zichzelf te redden.

De Geschriften schrijven: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.” (Joh. 3:16) Hieruit blijkt duidelijk dat alleen in Jezus het centrum van alle hoop op redding ligt. Hij betaalde de prijs voor de dood, met zijn eigen dood aan het kruis op Golgotha. Het was om deze reden dat de Logos, of het Woord van God, als mens op aarde kwam. Het was een man, Adam, die had gezondigd en het was daarom noodzakelijk dat een andere man, een perfecte en niet-veroordeelde man, de Verlosser zou worden. Dit is wat Jezus deed. Terwijl God, door Zijn liefde, Jezus stuurde om voor de mens te sterven en op die manier een uitweg uit de dood te creëren, zal alleen een geestelijke aanvaarding van deze noodzakelijke waarheid, geen redding brengen. Niet nu, maar ook niet later wanneer het koninkrijk op aarde heerst. Wat verlangt God van ons?

Hij liet Zijn wet aan Israël kennen in wat wij kennen als de Tien Geboden. Deze wetten vormen de basis voor de meeste wetten in de hedendaagse geciviliseerde wereld. Jezus vatte deze wetten samen in twee uitermate belangrijke vereisten: volledige liefde voor God en onze naaste net zo liefhebben als wij onszelf liefhebben. Deze laatste vereiste wordt ook wel de Gouden Regel genoemd. Deze twee hoofdwetten vormen de basis van alle zuivere gerechtigheid. Niemand kan nu of in latere tijden in harmonie met de ware God zijn, als hij de wet naast zich neer legt of weigert om door haar te worden geregeerd. Het egoïsme van de mens heeft tot nu toe altijd voorop gestaan. Voor het “hebben” van zaken en de uiterlijk schijn levert het veel op en is het ook noodzakelijk. Het heeft te veel de schijn van waarheid gehad dat zij die niet aan het spel van “eigen belang voorop” meededen, hopeloos achterop bleven in hun streven naar geluk. De profeet zei: “En nu, wij prijzen de overmoedigen gelukkig; niet alleen worden zij gebouwd, terwijl zij goddeloosheid bedrijven…” (Mal. 3:15)

Liefde vervangt Egoïsme

Satan is gedurende de laatste 6000 jaar de grote toezichthouder van het menselijke ras geweest. Hij heeft geregeerd door het kwade principe van zelfzucht. De hele sociale orde wordt omgegooid bij de vestiging van het nieuwe koninkrijk. Jezus zal de nieuwe leider zijn en in plaats van zelfzucht en egoïsme, wordt de liefde geleerd, aangemoedigd en beloond.

Dan komt de voorspelling uit van de profetie van de engelen: “vrede op aarde bij mensen des welbehagens.” (Luc 2:14) Deze verandering van egoïsme naar echte liefde komt niet plotsklaps. De profeet duidt de methode van geleidelijke verandering, waarmee de wereld de wet van de liefde geleerd zal worden, aan wanneer hij zegt: “want wanneer uw gerichten op de aarde zijn, leren de inwoners der wereld gerechtigheid.” (Jes. 26:9)

Het “richten”, of rechtspreken, waar Jesaja over spreekt, valt samen met het verlenen van de zegeningen van het Koninkrijk. Echter: het zal in niets lijken op de traditionele Dag des Oordeels waarmee zoveel mensen angstig worden gemaakt om ze daardoor in de armen van een georganiseerde kerkgenootschap te drijven. De manier om rechtvaardigheid te leren zal zo indringend zijn dat de profeet ons zegt dat God Zijn “…wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven…” (Jer. 31:33)

De Zegeningen die Nabij Zijn

Niemand moet echter wachten om de wetten van God te leren en in de praktijk te brengen, tot het Koninkrijk ook daadwerkelijk is gekomen. Wat zou ons kunnen tegenhouden om nu al een oprechte poging te doen om onze naasten net zo lief te hebben als onszelf? Er zijn zoveel manieren, die voor ieder van ons ook vlak bij de hand liggen, waarop we iets goeds voor een ander kunnen doen. Het kost geen geld om te glimlachen naar iemand, een vriendelijk woord te zeggen of om op een andere manier ons gevoel van geluk, dat in ons hart ligt, met anderen te delen. Wat we weten over de liefde van God, zoals het in de Bijbel staat geschreven, moeten we in blijdschap delen met anderen. Er is geen betere manier om het leed dat in harten leeft te verlichten, dan de blijde boodschap, over het snel komende messiaanse koninkrijk, uit te dragen.

De verschrikkelijk vooruitzichten van onder andere: armoede, ziektes, bommenwerpers, atoomwapens, economische recessie en terreurdaden die altijd aanwezig zijn in deze zelfzuchtige wereld die ziek is door zonde, zijn de harten van de mensen altijd gevuld met angst. Ze ontnemen het weinige aan blijdschap waarvan een minderheid zou kunnen genieten.

In de nieuwe wereld, wanneer de regering van het koninkrijk van Christus volledig de macht uitoefent, zal zelfs de angst voor het kwade worden weggenomen. De belofte is dat niets de toestemming zal krijgen om in het heilige koninkrijk kwaad te doen of verderf te stichten. (Jes. 11:9) Hoe wondermooi zal het dan zijn als de tranen van degenen die alles verloren hebben worden gewist en de oorzaak van deze tranen is weggenomen en men zich realiseert dat het werk van het koninkrijk afgerond is. (Jes. 25:8)

Wat een eervol privilege is het dan nu voor ons om aan de hele wereld deze gezegende boodschap door te geven. We hebben en kunnen mogelijkheden creëren. Als we de angst van onze vrienden en buren zien, voor de zaken die op aarde zullen komen, laten we dan snel zijn om de opdracht van God uit te voeren die ons vraagt: Zegt tot de versaagden van hart: “Weest sterk, vreest niet; zie, uw God zal komen met wraak, met de vergelding Gods; Hij zal komen en Hij zal u verlossen.” (Jes. 35:4)

We kunnen in deze tijd niets beters doen om God onze dankbaarheid te tonen voor de hoop op het Koninkrijk, dat Hij ons door Zijn Woord heeft gegeven, dan het op deze manier aan anderen door te vertellen. We kunnen de krankzinnige stormloop van een zelfzuchtige wereld, naar de afgrond van een zekere vernietiging, niet stoppen. We kunnen wel aan iedereen, die wil luisteren, vertellen dat God binnenkort een nieuwe wereld zal inrichten en we uit deze huidige slechte wereld worden gered. (Gal. 1:4)

Zo kunnen we ambassadeurs van het nieuwe Koninkrijk zijn en vanuit de voorsprong die we vanuit het geloof hebben, over de zekere vervulling van de beloften van God, onze plaats kunnen innemen naast hen die, beschreven door de profeet, tot Sion zeggen: “Uw God is Koning.” (Jes. 52:7; 61:1-3)



Dawn Bible Students Association
dawnbible@aol.com